Aansprakelijkheid van de notaris : verjaring van 10 jaar

03.01.2013

Het Grondwettelijk Hof heeft op 13 december 2013 beslist dat de verjaringstermijn principieel 10 jaar is.

Foto : © Gerd Altmann pixelio.de

Indien een notarisop verzoek van zijn cliënt een onderhandse akte opmaakt die achteraf op zijn kantoor wordt ondertekend , is zijn aansprakelijkheid van contractuele aard en de verjaringstermijn van 10 jaar is in acht te nemen. Dit was ook al voor het arrest van het Grondwettelijk Hof duidelijk.

Indien de notaris naar aanleiding van het opstellen van een authentieke akte een fout heeft begaan, zou het eventueel een geval van buitencontractueel aansprakelijkheid zijn omdat de notaris, wanneer hij een authentieke akte verlijdt, immers geen enkele wilsautonomie heeft en als openbaar ambtenaar optreedt. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid verjaart door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.

Het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat het niet verantwoord is dat de aansprakelijkheid van de notaris voor authentieke akte op 5 jaar beperkt zou zijn omdat de notaris in beide gevallen blijk moet geven van dezelfde professionele kwaliteiten en dat de adviesplicht van een notaris niet verschilt naargelang hij optreedt als openbaar ambtenaar of als juridisch adviseur. Ongeacht de hoedanigheid waarin hij optreedt, is een notaris immers verplicht om zijn opdracht van onderzoek en informatie met eenzelfde objectiviteit, onafhankelijkheid, integriteit en onpartijdigheid te vervullen (toepassing van de wet van 4 mei 1999).De enige uitzondering is een interventie van de notaris wanneer hij door de rechter wordt aangesteld. Buiten dit geval, is de aansprakelijkheid van de notaris van contractuele aard en de verjaringstermijn dus 10 jaar.

Deze nieuwe rechtspraak opent de deur voor aansprakelijkheidsvorderingen voor verjaarde vorderingen op basis van de eerdere interpretatie van artikel 2262bis B.W.