Nieuw sociaal en fiscaal statuut voor gelegenheidsarbeid in de horeca

27.11.2013

Een wet van 11 november 2013 legt de basis voor een nieuwe regeling voor gelegenheidswerknemers in de horeca. Een bijhorend KB van 12 november 2013 werkt een en ander verder uit.



De regels werden eerder al toegelicht in de administratieve instructies van de RSZ. Maar de teksten zijn pas op 27 november 2013 in het Staatsblad verschenen. Ze treden dan ook retroactief in werking op 1 oktober 2013.

Nieuw statuut
Het bestaande statuut voor gelegenheidsarbeid in de horeca wordt geschrapt. De nieuwe regels die in de plaats komen, worden onder andere opgenomen in artikel 31ter van het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet. Ook het KB dat de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (Dimona) ingevoerd heeft, wordt aangepast.
De bestaande basisdefinitie blijft daarbij het uitgangspunt. Men spreekt van een ‘gelegenheidswerknemer’ indien de werkgever en de werknemer een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk sluiten van maximaal 2 opeenvolgende dagen.
Uiteraard moet het gaan om een tewerkstelling bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf of onder het Paritair Comité voor de uitzendarbeid indien de gebruiker ressorteert onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf.
Teller
Er geldt een jaarlijks contingent van 50 dagen per gelegenheidswerknemer en 100 dagen per werkgever in de horeca. Daarbuiten kan de gelegenheidswerknemer nog tewerkgesteld worden, maar de werkgever zal hem dan moeten aangeven als gewone werknemer met gewone socialezekerheidsbijdragen.
Via een elektrische toepassing van de RSZ kan men de ‘tellers’ consulteren. Dit kan via horeca@work.be. Deze manier van werken is gebaseerd op de regeling die voor studenten werd ingevoerd in 2012.
De teller wordt door de Dimona-aangifte gestuurd. Men krijgt een waarschuwing bij overschrijding.
Men kan bepalen hoeveel dagen een bepaalde gelegenheidswerknemer nog kan werken, en hoeveel dagen men nog gelegenheidswerknemers kan tewerkstellen.
De werknemer kan enkel het contingent van 50 dagen consulteren. De werkgever kan beide contingenten raadplegen.
Forfaitair loon
Binnen de grenzen van de contingenten, worden de bijdragen voor gelegenheidswerknemers berekend op een forfait van 7,5 euro per begonnen uur (maximum 45 euro), of 45 euro per dagblok. De socialezekerheidsbijdragen worden dus niet berekend op het werkelijk loon, maar op een lager forfaitair loon.
De bedragen worden geïndexeerd en aangepast aan de evolutie van het gemiddeld minimum maandinkomen. Dat gebeurt op dezelfde wijze als de forfaitaire daglonen voor de werknemers die met fooien bezoldigd worden.
De prestaties van een werknemer bij een gebruiker in de horeca via een uitzendkantoor, komen in mindering van het contingent van de gebruiker.
Let op! Het gaat hier om contingenten op jaarbasis. Maar voor dit jaar zal het contingent niet geproratiseerd worden, ook al treedt de nieuwe regeling op 1 oktober in werking. De RSZ laat weten dat het contingent integraal gebruikt mag worden gedurende het 4de kwartaal 2013.
Dimona
Zoals aangegeven, werkt men voortaan met een uur- of dagforfait. Het huidige systeem van Dimona full en Dimona light verdwijnt. In de plaats komt een systeem waarbij de werknemer elke dag moet aangegeven worden met vermelding van:
het begin- en einduur van de prestaties voor prestaties onder de 6 uur (Dimona in uren);
het beginuur van de prestaties bij prestaties van minstens 6 uur (Dimona in dagen).
De werkgever moet dus vóór het begin van de prestaties een correcte Dimona verrichten. De keuze tussen uur- of dagforfait kan voor elke gelegenheidswerknemer en bij elke prestatie afzonderlijk gebeuren. Een uitzendkantoor dat extra's tewerkstelt bij een gebruiker in de horeca moet ook nog het ondernemingsnummer en het paritair comité van de gebruiker vermelden in de Dimona-aangifte.
Bij een laattijdige Dimona zal de RSZ het werkelijke loon van de betrokken gelegenheidswerknemer gebruiken om de bijdragen te berekenen, en dit per dag dat een laattijdige Dimona werd gedaan. Het Sociaal Strafwetboek bestraft een laattijdige Dimona als een inbreuk van niveau 4. De werkelijke lonen worden ook gebruikt als basis wanneer het register voor werktijdregeling niet in orde is.
Bovendien geldt een nieuwe sanctie voor werkgevers die extra’s voor meer dagen dan de toegestane contingenten tewerkstellen en aangeven onder de voordelige forfaits. Ze verliezen namelijk voor die bijkomende dagen het recht op de voordelige forfaits en zullen bijdragen moeten betalen op basis van een hoger forfait.
Sociale rechten
Op de prestaties van gelegenheidswerknemers zijn de normale socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. Maar omdat de forfaits waarop de bijdragen berekend worden laag zijn, hanteert men een afwijkende regeling. De ‘sociale rechten’ zoals ziekte en invaliditeit worden namelijk berekend op het forfaitair dagloon dat men gebruikt voor de functie ‘kelner(in)’ in een café.
Dit forfaitair loon bedraagt momenteel 101,98 euro per dag (minder dan 6-dagenstelsel, bedrag sinds 1 april 2013). Voor de berekening van de sociale rechten wordt dit forfaitair loon aan de hand van de gepresteerde uren geproratiseerd op basis van 7,6 uur per dag.
De RSZ zorgt voor de berekening op basis van de gegevens uit de Dmfa. Voor meer informatie over de aanpassingen van de Dmfa, kunnen we verwijzen naar de instructies van de RSZ.
Register
De werkgever moet in principe nog steeds een register voor werktijdregeling bijhouden, maar dat geldt enkel indien hij gebruik maakt van de Dimona met dagforfait – dus zonder vermelding van de eindduur.
Dit betekent dat een gelegenheidswerknemer met een dagforfait ook vermeld moet worden in het papieren aanwezigheidsregister. Deze registers kunnen verkregen worden bij het Waarborg- en Sociaal Fonds Horeca, Anspachlaan 111, bus 4 te 1000 Brussel.
Bijzondere aanslagvoet
Er geldt voortaan een bijzondere aanslagvoet van 33 procent in de personenbelasting voor de bezoldigingen uit gelegenheidsarbeid in de horecasector waarvoor het bijzonder sociaal statuut geldt. Dit tarief moet wel nog verhoogd worden met de aanvullende gemeentebelasting.
De wetgever last een omschrijving in in het WIB 1992. De fiscus verwijst daarbij naar de nieuwe regeling die de RSZ toepast.
De afzonderlijke aanslagvoet is van toepassing op de werkelijk betaalde bruto bezoldigingen, verminderd met de ingehouden sociale bijdragen. Het gaat om een uitzondering op het principe van de globalisering van de inkomsten.
Let op! De fiscus past dit bijzonder tarief enkel toe wanneer de belastingplichtige er voordeel bij heeft. Is dit niet het geval, dan geldt het progressief tarief.
Cumul
De cumulbeperking tussen contingenten van bijzondere statuten in de horeca, de landbouw en de tuinbouw wordt ‘hersteld’ via een kruisverwijzing naar de regeling die ingevoerd wordt door het nieuwe KB.
Het maximum bij cumul ligt op 65 dagen per jaar, waarvan maximaal 50 dagen in de horeca. Voor de witloofteelt geldt een aparte regeling.
Studenten kunnen eerst het bestaande contingent van 50 dagen studentenarbeid per jaar met solidariteitsbijdragen gebruiken, berekend op het reële loon. Daarna geldt de voordelige regeling voor de horecasector. Dus met gewone bijdragen op het forfaitair loon. De RSZ laat weten dat het niet mogelijk is om van beide stelsels tegelijk te genieten!
Bij cumul tussen studentenarbeid en gelegenheidsarbeid in de land- of tuinbouw past men voortaan hetzelfde principe toe. De dagen studentenarbeid worden dus niet meer in mindering gebracht van het maximaal aantal dagen als gelegenheidswerknemer in de land- of tuinbouw.
Gemiddeld dagloon
De wetgever voert een uitzonderingsbepaling in voor het begrip ‘gemiddeld dagloon’ in geval van toepassing op gelegenheidswerknemers in de horecasector. De sociale rechten worden onder de nieuwe regeling immers berekend op het loon van een kelner.
Het gaat om een aanpassing van het KB van 10 juni 2001. Dit KB werd bij wet bekrachtigd, en dus moet het ook bij wet aangepast worden. Het gaat om een technische aanpassing die niets verandert aan de inhoud van de nieuwe regeling voor gelegenheidsarbeid in de horeca.
De uitzonderingsbepaling voor het gemiddeld dagloon heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2013 voor de risico's die zich vanaf die datum voordoen.
Bijzondere regels
De wet van 11 november 2013 voorziet in een delegatie aan de Koning. Hij krijgt binnen de RSZ-wet van 27 juni 1969 de bevoegdheid om niet alleen voor werknemers maar ook voor de gebruikers en werkgevers van bepaalde categorieën werknemers bijzondere toepassingsmodaliteiten vast te leggen. Afwijkingsbepalingen zijn mogelijk. Op die manier kon men een regeling uitwerken voor het gebruik van occasionele werknemers die via een interimkantoor worden tewerkgesteld.
De bevoegdheid om bijzondere regels op te stellen bestaat al langer. Op die manier kan men komen tot werkbare regelingen voor zeer specifieke profielen met werkuren buiten de klassieke kantooruren. De overheid moet snel kunnen inspelen op veranderende noden binnen specifieke sectoren zoals de horeca, en dus is een regeling in een uitvoeringsbesluit aangewezen.
Bron:- Koninklijk besluit van 12 november 2013 inzake de tewerkstelling van gelegenheidswerknemers in de horecasector, BS 27 november 2013
Bron:- Wet van 11 november 2013 houdende diverse wijzigingen tot invoering van een nieuwe sociale en fiscale regeling voor de gelegenheidsarbeiders in de horeca, BS 27 november 2013