Onregelmatig verkregen bewijs niet noodzakelijk nietig

11.11.2013

Onregelmatig verkregen bewijs in een strafzaak is niet noodzakelijk nietig. Slechts in drie gevallen zal er sprake zijn van nietigheid. In alle andere gevallen kan het bewijsmateriaal verder gebruikt worden. Met die regel verankert het parlement de sinds 2003 bestaande Antigoon-rechtspraak van het Hof van Cassatie in onze wetgeving.

Nietig
Er zijn drie gevallen waarin onregelmatig verkregen bewijs nietig is en dus niet meer kan gebruikt worden.
Dat is het geval als de wetgever uitdrukkelijk heeft bepaald dat het bewijs nietig is als een bepaalde vormvoorwaarde niet wordt gevolgd. Het gaat dus om de vormvoorwaarden die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de procedurele voorwaarden rond telefoontap, inkijkoperaties en briefgeheim.
Ook wanneer de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs aantast, is het onregelmatig verkregen bewijs nietig. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een verklaring die onder foltering is gegeven.
Tot slot is het onregelmatig verkregen bewijs ook nietig als het gebruik ervan in strijd is met het recht op een eerlijk proces.
In alle andere gevallen is het onregelmatig verkregen bewijselement niet nietig. Het kan dus wel dienen om een misdrijf te bewijzen.
Beoordeling
In het tweede en derde geval moet de rechter — alvorens hij besluit dat het bewijs nietig is — zelf in concreto en in het licht van de zaak nagaan of de betrouwbaarheid van het bewijs wel daadwerkelijk werd aangetast en of het gebruik van het bewijs de eerlijkheid van het proces effectief zou aantasten. En voor dat laatste geval heeft Cassatie in zijn rechtspraak een aantal subcriteria aangereikt, zoals
het al dan niet opzettelijk karakter van de vormfout;
de ernst van het misdrijf; en
het feit of de onregelmatigheid al dan niet een invloed heeft op de schuldvraag.
Let op. Deze subcriteria zijn niet in de wet opgenomen. Maar ze worden wel aangehaald in de parlementaire voorbereidingen.
Wetboek van Strafvordering
De wettelijke regeling krijgt een plaats in de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering. Daarin staan de basisprincipes van de strafvordering. De nieuwe regels gelden vanaf het begin van het onderzoek.
Bedoeling van de nieuwe regels is om een vrijspraak in strafzaken door procedurefouten zoveel mogelijk te vermijden.
Inwerkingtreding
De wet van 24 oktober 2013 treedt in werking op 22 november 2013.
Bron:Wet van 24 oktober 2013 tot wijziging van de voorafgaande titelvan het Wetboek van strafvordering wat betreft de nietigheden, BS 12 november 2013.