Versterkte pensioenbonus voor werknemers

18.11.2013

De programmawet van 28 juni 2013 heeft de pensioenbonus voor werknemers versterkt. Nu omschrijft een uitvoeringsbesluit hoe die bonus er in de praktijk zal uitzien.

Pensioenbonus
Het Generatiepact wil mensen langer aan de slag houden. Die intentie werd onder andere vertaald in een pensioenbonus: een extraatje voor wie zijn pensioen wat uitstelt.
De maatregel liep oorspronkelijk tot 1 december 2012, maar werd later met 1 jaar verlengd. Het pensioenbedrag wordt verhoogd met een bonusbedrag op voorwaarde dat men 62 jaar is of een loopbaan van minstens 44 jaar bewijst, en zijn beroepsbezigheid voortzet.
Het voordeel voor werknemers en zelfstandigen is evenwaardig. Voor werknemers gaat het wel om een ‘referteperiode’, terwijl voor zelfstandigen de ‘kwartalen van beroepsbezigheid als zelfstandige’ in rekening worden gebracht.
Aansporend effect
De Studiecommissie voor de Vergrijzing heeft geoordeeld dat het ‘aansporend effect’ van de pensioenbonus versterkt moest worden. Daarom heeft de programmawet van 28 juni 2013 de bestaande regeling voor zelfstandigen en werknemers versterkt en in overeenstemming gebracht met de pensioenhervorming. Bij de zelfstandigen werd ook de afschaffing van de pensioenmalus voltooid.
Bovendien heeft diezelfde programmawet de pensioenbonus geïntroduceerd in de overheidssector. De bonus is in de plaats gekomen van het leeftijdscomplement. De 3 stelsels werden dus op elkaar afgestemd.
Werknemers
Het vernieuwde bonussysteem voor werknemers verhoogt het pensioenbedrag met een bonus voor werknemers die, naargelang het geval:
hun beroepsbezigheid voortzetten meer dan een jaar na de datum waarop ze hun vervroegd rustpensioen als werknemer hadden kunnen krijgen;
hun beroepsbezigheid voortzetten na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, en die een loopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen.
Hoe het nieuwe bonussysteem er in de praktijk uitziet, moest nog vastgelegd worden in een uitvoeringsbesluit. En dat is nu gebeurd in een KB van 24 oktober 2013. Net als zijn wettelijke basis treedt die besluit in werking op 1 januari 2014.
De programmawet van 28 juni 2013 bepaalt dat het verstekte bonussysteem voor werknemers van toepassing zal zijn op de pensioenen die voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2014, en enkel voor de tijdvakken die gepresteerd zijn vanaf 1 januari 2014. Maar een KB kan ervoor zorgen dat het huidige bonussysteem ook na 31 december 2013 van toepassing blijft.
Het bijhorend verslag aan de Koning benadrukt dat geen enkele werknemer een pensioenbonus kan krijgen vóór de eerste dag van de 12de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt! Dus ook niet de werknemers die onder een overgangsregel in een bijzonder pensioenstelsel vallen.
Referteperiode
Het KB van 24 oktober 2013 bevestigt dat de vernieuwde bonusregeling van toepassing is op de pensioenen van de werknemers die voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2014.
Maar de bestaande regeling blijft wel van toepassing voor de tijdvakken die gepresteerd werden in de hoedanigheid van werknemer vóór 1 januari 2014. Zo zal een werknemer die in 2013 62 jaar is en die op 31 december 2013 minstens een dag van effectieve tewerkstelling heeft die recht geeft op de bonus, na het ingaan van zijn rustpensioen een bonus krijgen onder de oude regeling. Dit voor de prestaties geregistreerd in 2013. Hij moet zijn beroepsactiviteit dan wel voortzetten in 2014 en 2015.
De bonus wordt toegekend voor elke dag van ‘effectief gepresteerde tewerkstelling’ tijdens de referteperiode en ten vroegste vanaf 1 januari 2014. Dit is de periode van effectieve tewerkstelling in de hoedanigheid van werknemer of de periode waarin de werknemer geen arbeid verrichtte maar waarvoor hij recht had op loon waarop bijdragen werden ingehouden. Met een omzetting naar voltijdse dagequivalenten.
De referteperiode is het tijdvak dat:
ten vroegste start op de eerste dag van de 12de maand na de maand waarin de werknemer op vervroegd rustpensioen had kunnen gaan, en ten laatste op de eerste dag van de maand na de maand waarin hij de pensioenleeftijd bereikt;
eindigt op de laatste dag vóór de maand waarin het rustpensioen van de werknemer voor de eerste maal ingaat.
Let op! De bonus na een carrière van minstens 40 jaar wordt enkel toegekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer die zijn beroepsbezigheid voortzet na zijn 65ste, een loopbaan van 40 jaar bewijst.
Effectieve tewerkstelling
De dagen van effectieve tewerkstelling in een jaar worden maximum voor 312 dagen in aanmerking genomen.
Bovendien gelden volgende beperkingen:
1)
Het aantal dagen dat de bonus toegekend kan worden voor het laatste jaar dat onmiddellijk aan de ingangsdatum van het rustpensioen voorafgaat, is gelijk aan het aantal dagen van het voorgaande jaar.
2)
Het aantal dagen dat de bonus toegekend kan worden voor het jaar waarin het rustpensioen ingaat, is gelijk aan het aantal dagen vermeld onder punt 1, vermenigvuldigd met een breuk. De noemer van die breuk is gelijk aan 12. De teller is gelijk aan het aantal maanden, gelegen voor de ingangsdatum van het rustpensioen tijdens het betrokken jaar.
Let op! Men kan hier het tegenbewijs leveren met een attest van de werkgever. Dit kan tijdens de 3 maanden volgend op de ingangsdatum van het rustpensioen.
Bedrag
Voor de vaststelling van het bonusbedrag worden de dagen van effectieve tewerkstelling in een jaar geacht op gelijke wijze over de 12 maanden van dat jaar verdeeld te zijn. Een cijfervoorbeeld in het verslag aan de Koning illustreert die verdeling. In het kalenderjaar waarin de referteperiode eindigt, worden die dagen geacht op gelijke wijze over de maanden vóór de ingangsdatum verdeeld te zijn.
De bonus stijgt naargelang de duur van de voortzetting van de beroepsbezigheid vanaf het begin van de referteperiode, zelfs indien de referteperiode start vóór 1 januari 2014. Het bedrag stijgt dus naarmate men de pensionering verder uitstelt.
Het bonusbedrag voor de eerste 12 maanden van de referteperiode bedraagt 1,50 euro per dag van effectieve tewerkstelling. Per uitstel van 12 bijkomende maanden stijgt dat bedrag met 0,20 euro per dag, om uiteindelijk vanaf de 61e maand van de referteperiode het maximumbedrag van 2,5 euro te bereiken. De bedragen worden geïndexeerd. Ook hier bevat het verslag aan de Koning een uitgewerkt cijfervoorbeeld.
Bonusbedrag per dag van effectieve tewerkstelling
Binnen de referteperiode
1,5 euro
Gedurende de eerste 12 maanden
1,7 euro
Van de 13e tot en met de 24e maand
1,9 euro
Van de 25e tot en met de 36e maand
2,1 euro
Van de 37e tot en met de 48e maand
2,3 euro
Van de 49e tot en met de 60e maand
2,5 euro
Vanaf de 61e maand
Persoonlijk recht
De bonus kan pas worden toegekend vanaf de datum van de effectieve ingang van het persoonlijk rustpensioen en is slechts betaalbaar in zoverre dit pensioen verder wordt uitbetaald.
De bonus is een persoonlijk recht van de gerechtigde op een rustpensioen. Het is een van het persoonlijk rustpensioen onderscheiden voordeel, onderworpen aan dezelfde sociale en fiscale inhoudingen als het pensioen. Dit betekent dat er geen rekening gehouden wordt met de bonus voor de toepassing van de regels voor de cumul tussen het rustpensioen en het overlevingspensioen.
Tot slot werkt het KB van 24 oktober 2013 een regeling uit voor het in mindering brengen van de pensioenbonus op het bedrag van de inkomensgarantie. Er wordt namelijk rekening gehouden met 90% van het brutobedrag waarop de aanvrager of de personen waarmee hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, gerechtigd zijn.
Let op! De pensioenbonus kan enkel toegekend worden aan de overlevende echtgenoot indien het rustpensioen van de overleden echtgenoot toegekend werd vóór 1 januari 2014.
Bron:Koninklijk besluit van 24 oktober 2013 tot uitvoering, inzake de pensioenbonus van de werknemers, van artikel 7bis van de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005, BS 6 november 2013