Retentierecht in Burgerlijk Wetboek

20.09.2013

Er komt in het Burgerlijk Wetboek een algemene regeling voor het retentierecht. De aard en de gevolgen ervan worden duidelijk omschreven.

Retentierecht
Het retentierecht geeft aan de schuldeiser het recht om de teruggave van een goed op te schorten. Het gaat om een goed dat hij van zijn schuldenaar heeft gekregen of dat bestemd is voor zijn schuldenaar. Opschorting kan zolang de schuldvordering die verband houdt met dat goed niet is voldaan.
Beëindiging
Het retentierecht eindigt van zodra de schuldeiser de feitelijke macht over het goed vrijwillig prijsgeeft. Als de schuldeiser het retentierecht herkrijgt – krachtens dezelfde rechtsverhouding – eindigt het retentierecht niet.
Tegenwerpelijk
Er komt duidelijkheid over de externe werking van het retentierecht.
Het retentierecht op een roerend lichamelijk goed is tegenwerpelijk aan andere schuldeisers van de schuldenaar (bv. bij beslag of faillissement). En aan derden (bv. kopers) die een recht op het goed hebben verkregen nadat de schuldeiser de feitelijke macht over het goed heeft verworven.
Het retentierecht is ook inroepbaar tegen derden met een ouder recht. De schuldeiser moet dan wel te goeder trouw zijn bij de bezitsverkrijging. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn als hij bij de inontvangstname van het goed er mocht van uitgaan dat de schuldenaar daadwerkelijk bevoegd was om het aan een retentierecht te onderwerpen.
Preferentieel recht
De retentor krijgt een zelfde preferentieel recht als de pandhouder. Als de schuldenaar failliet wordt verklaard of een andere schuldeiser op de goederen beslag legt, kan de retentor instemmen met de vrijgave van de goederen. Hij is immers beschermd door een preferentieel recht op de verkoopopbrengst.
Andere belangrijke nieuwigheid is dat het retentierecht van een schuldeiser die aanspraak maakt op herstel- of behoudkosten van de teruggehouden zaak superprioriteit krijgt. Zijn recht gaat boven alle andere pandhouders.
Inwerkingtreding
De wet van 11 juli 2013 treedt in werking op 1 december 2014. De Koning kan wel een vroegere datum vastleggen.
Bron:Wet van 24 juni 2013 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet inzake de zakelijke zekerheden op roerende goederen, BS 2 augustus 2013.
Bron:Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffingvan diverse bepalingen ter zake, BS 2 augustus 2013.