Specifieke criteria voor beoordeling arbeidsrelaties bij vervoer van goederen en personen voor rekening van derden

02.12.2013

Bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie kan men in bepaalde sectoren een weerlegbaar wettelijk vermoeden inroepen. In de sectoren van het vervoer van goederen en personen voor rekening van derden kan die kwalificatie voortaan gebeuren op basis van specifieke criteria die vastgelegd worden bij KB.

Weerlegbaar vermoeden
De wetgever heeft de strijd tegen schijnzelfstandigen en schijnwerknemers opgevoerd. Met een wet van 25 augustus 2012 heeft hij een weerlegbaar vermoeden ingevoerd voor het al dan niet aanwezig zijn van een band van ondergeschiktheid binnen de arbeidsrelatie. Het vermoeden geldt enkel voor bepaalde sectoren.
Oorspronkelijk ging het om 4 sectoren, maar later werd daar de landbouw- en tuinbouwsector aan toegevoegd. Dit betekent dat het wettelijk vermoeden van toepassing is op de bouwsector, de bewakingssector, het vervoer van goederen en personen, de schoonmaaksector, en de land- en tuinbouwsector. Het is sowieso niet van toepassing op familiale arbeidsrelaties.
Sectoren
Het vermoeden uit de wet van 25 augustus 2012 wijst op het bestaan van een gezagsverhouding. De wetgever somt een reeks criteria op die bepalen of er al dan niet sprake is van een band van ondergeschiktheid. Er is een weerlegbaar wettelijk vermoeden van ondergeschiktheid (arbeidsovereenkomst) wanneer bij de analyse van de arbeidsrelatie meer dan de helft van die criteria vervuld zijn!
Maar tegelijk kreeg de regering de bevoegdheid om ‘specifieke criteria’ vast te leggen voor bepaalde sectoren en beroepen. Een KB kan de bestaande wettelijke criteria namelijk vervangen of aanvullen.
Dat is in het verleden al gebeurd voor de bewakingssector, de bouwsector en de land- en tuinbouwsector. En nu zorgen 3 KB’s van 29 oktober 2013 voor specifieke criteria voor de sector van het vervoer van goederen en personen, namelijk: ‘het vervoer van goederen en/of personen voor rekening van derden, met uitzondering van de ambulancediensten en het vervoer van personen met een handicap’.
Dit betekent dus dat de criteria uit de Arbeidsrelatiewet enkel nog in de schoonmaaksector van toepassing blijven.
Vervoer
Men maakt een opdeling tussen:
‘werkzaamheden die vallen onder het toepassingsgebied van het paritair subcomité voor de autobussen en autocars’;
‘werkzaamheden die vallen onder het toepassingsgebied van het paritair subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden’;
‘werkzaamheden die vallen onder het toepassingsgebied van het paritair subcomité voor de taxi's en van het paritair comité voor het vervoer en de logistiek, enkel voor de activiteiten van verhuur van voertuigen met chauffeur en van collectieve taxidiensten’.
Telkens verwijst men naar een KB van 22 januari 2010. Dat is logisch want dat KB heeft binnen het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek (PC 140) 3 subcomités opgericht:
Het Paritair Subcomité voor de autobussen en autocars is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten de ondernemingen voor het vervoer met autobussen en autocars, met uitzondering van de stadsautobussen.
Het Paritair Subcomité voor de taxi's is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten de ondernemingen voor het vervoer met taxi's.
Het Paritair Subcomité voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden is bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten de ondernemingen die:
-
wegvervoer voor rekening van derden uitvoeren en elk ander vervoer zowel met paarden als met motorrijtuigen voor rekening van derden;
-
voor rekening van derden uitsluitend logistieke activiteiten uitoefenen.
Voor de taxi’s vermeldt men in het betreffende KB van 29 oktober 2013 ook de uitoefening van de werkzaamheden van verhuurdiensten van voertuigen met chauffeur of van collectieve taxi's. Hiervoor verwijst men naar het KB van 13 maart 1973 dat het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek opgericht heeft.
En voor het wegvervoer en de logistiek voor rekening van derden hanteert men een specifieke definitie voor het begrip ‘onderneming’, namelijk: ‘de onderneming die de werken uitvoert of de onderneming die de werken uitvoert en waarin de persoon die de werken uitvoert aandelen bezit’.
Maar die definitie is niet van toepassing op het criterium over het ‘zich voordoen als een onderneming ten overstaan van andere personen’ (artikel 2, g)).
Criteria
Men verwijst dus telkens naar de bevoegdheden van de subcomités om de werkzaamheden te bepalen die onder de nieuwe KB’s van 29 oktober 2013 vallen. Er is een aparte lijst met beoordelingscriteria voor elk paritair subcomité:
Het eerste KB van 29 oktober 2013 bevat criteria voor ‘autobussen en autocars’.
Het tweede KB van 29 oktober 2013 bevat criteria voor ‘taxi’s’.
De beoordelingscriteria uit de 3 KB’s wijzen op een socio-economische afhankelijkheid of juridische ondergeschiktheid. Ze zijn vergelijkbaar met de andere sectorcriteria. Ze vervangen de criteria die de wet van 25 augustus 2012 ingevoerd heeft.
In werking
De 3 KB’s van 29 oktober 2013 treden in werking op 6 december 2013. Dat is 10 dagen na publicatie in het Staatsblad.