Wetgeving op de continuïteit van ondernemingen bijgestuurd

07.09.2013

De wet van 27 mei 2013 wijzigt verschillende wetten op het vlak van de continuïteit van ondernemingen. Deze wijzigingen moeten zorgen voor een betere preventie en opsporing van ondernemingen in moeilijkheden.

Foto : © BirgitH, pixelio.de

Gerechtelijke reorganisatie i.p.v. gerechtelijk akkoord
Ondernemingen in moeilijkheden kregen met de ‘wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen’ (WCO), die het oude ‘gerechtelijk akkoord’ verving, een waaier aan mogelijkheden om hun bedrijf te redden. De WCO voerde de procedure van gerechtelijke reorganisatie in, waarmee men, onder toezicht van een rechter, de continuïteit van een onderneming in moeilijkheden of haar activiteiten (volledig of gedeeltelijk) kon behouden.
Gerechtelijke reorganisatie verfijnd
Onder meer om de procedure van gerechtelijke reorganisatie nog te verbeteren, past de wet van 27 mei 2013 de wetgeving over de continuïteit van de ondernemingen aan.
Niet alleen de ondernemingen in moeilijkheden en de schuldeisers, maar ook de werknemers hebben immers baat bij deze aanpassingen.
Tot de opvallendste maatregelen van de nieuwe wet van 27 mei 2013 behoren:
de uitbreiding van het toepassingsgebied van de WCO. Ze geldt voortaan ook voor landbouwers (natuurlijke personen). Ze blijft van toepassing op kooplieden, handelsvennootschappen, burgerlijke vennootschappen met een handelsvorm en landbouwvennootschappen. Alleen de vrije beroepen vallen er buiten;
de rol van de externe accountant, de externe belastingconsulent, de externe erkende boekhouder, de externe erkende boekhouder-fiscalist en de bedrijfsrevisor wordt versterkt.Wanneer zij feiten vaststellen die de continuïteit van de onderneming van de schuldenaar in het gedrang zouden kunnen brengen, lichten ze de onderneming in, eventueel via het bestuursorgaan. Worden er binnen de maand geen maatregelen getroffen om de continuïteit van de onderneming gedurende 12 maanden te waarborgen, dan kan de externe accountant, de externe belastingconsulent of de bedrijfsrevisor (en niet de externe erkende boekhouder(-fiscalist)) de voorzitter van de rechtbank van koophandel daarvan schriftelijk op de hoogte brengen. De rechter kan bij hen (ook bij externe erkende boekhouder(-fiscalist)) inlichtingen inwinnen over de aanbevelingen die zij aan de onderneming gedaan hebben en over de getroffen maatregelen om de continuïteit van de onderneming te waarborgen;
uitbreiding van de informatie in het ‘elektronisch dossier van gerechtelijke reorganisatie’ en van de toegang ertoe. De Koning bepaalt vanaf wanneer de dossiers of een deel ervan elektronisch van op afstand zullen kunnen worden geraadpleegd;
voortaan moeten alle stukken bij het inleidend verzoekschrift gevoegd worden. Daardoor krijgt de rechter onmiddellijk een goed beeld van de situatie en heeft hij meer controlemogelijkheden om eventuele misbruiken (van bv. ondernemers die hun schuldeisers willen ontlopen) te voorkomen;
de rechter kan een lopende procedure van gerechtelijke reorganisatie stopzetten als blijkt dat de schuldenaar er niet in slaagt om de onderneming te redden;
in het reorganisatieplan (bij gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord) wordt een betalingsvoorstel van minimum 15% van het bedrag van de schuldvordering gegarandeerd voor de schuldeisers. De schuldeisers worden ook geïnformeerd over het doel en de duur van de reorganisatie en over de positie van de andere schuldeisers;
de onderneming in gerechtelijke reorganisatie moet voortaan rekening houden met nieuwe beschermingsregels voor werknemers. Zo mag het reorganisatieplan geen vermindering of kwijtschelding meer bevatten van schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de procedure verrichte arbeidsprestaties;
er moet nu ook rekening gehouden worden met de ‘CAO nr. 102 van 5 oktober 2011 over het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever als gevolg van een gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag’. De overnemer is ten opzichte van de overgenomen werknemers enkel gehouden tot de rechten en verplichtingen die de schuldenaar met hen overeenkwam, voor zover hij van die rechten en plichten op de hoogte is gebracht;
de nieuwe wet bevat ook een regeling voor de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk in het kader van een overdracht onder gerechtelijke reorganisatie;
er wordt een vaste kostprijs (1.000 euro) vastgelegd voor de volledige procedure van gerechtelijke reorganisatie (start tot einde voor de rechtbank). Die moet vooraf betaald worden.
Overgangsbepalingen
Artikel 32 van de wet van 27 mei 2013 (CAO met regels voor de overdracht van de rechten en verplichtingen van werknemers die betrokken zijn bij een overdracht van onderneming onder gerechtelijk gezag) is van toepassing op overdrachten van ondernemingen onder gerechtelijk gezag die het gevolg zijn van een verzoekschrift dat wordt neergelegd of een dagvaarding die wordt betekend vanaf 1 augustus 2013.
In werking
De wet van 27 mei 2013 treedt in werking op 1 augustus 2013, tien dagen na haar publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Dit met uitzondering van de artikelen 7 (voorwaarden voor elektronische aangiften, mededelingen en kennisgevingen) en 42 tot 45 (registratierechten bij procedure gerechtelijke reorganisatie) die in werking treden op een door de Koning bepaalde datum, en ten laatste op 31 december 2014.
Bron:Wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, BS 22 juli 2013.