Fiscus stuurt belastingplichtigen uitnodiging om info over buitenlandse rekeningen te melden aan Centraal aanspreekpunt (art. 175–177 en art. 202 DB)

26.05.2014

De FOD Financiën zal de belastingplichtigen met buitenlandse rekeningen een uitnodiging sturen om de vereiste info over deze rekeningen te melden aan het Centraal aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank van België. Het gaat hier om de info over de buitenlandse rekeningen die ze hebben aangegeven in hun PB-aangifte voor de aanslagjaren 2012, 2013 en 2014. De belastingplichtigen kunnen de gegevens ten vroegste vanaf 1 november 2014 melden aan het CAP.

Buitenlandse rekeningen: ook andere info indienen met PB-aangifte
Belastingplichtigen moeten sinds het aanslagjaar 2012 in hun aangifte in de personenbelasting het bestaan vermelden van de rekeningen waarvan ze zelf, hun echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner, of één van hun niet ontvoogde minderjarige kinderen, titularis zijn geweest bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling, samen met de benaming van het land of de landen waar die rekeningen geopend zijn geweest.

Ten laatste gelijktijdig met de indiening van de PB-aangifte, waarin het bestaan van deze buitenlandse rekeningen wordt vermeld, moeten de belastingplichtigen de nummers van die buitenlandse rekeningen en voortaan ook de benaming van de bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling en het land of de landen waar die rekeningen geopend zijn geweest, melden bij het Centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België (NBB), tenzij die melding reeds is gebeurd in een vorig aanslagjaar (wijziging art. 307, § 1, 2de lid, WIB 1992; art. 175, wet van 25 april 2014).

Uitnodiging om info over buitenlandse rekeningen te melden
De FOD Financiën zal de belastingplichtigen met buitenlandse rekeningen een uitnodiging sturen om de vereiste info over deze rekeningen te melden aan het Centraal aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank. Het gaat hier om de info over de buitenlandse rekeningen die ze hebben aangegeven in hun PB-aangifte voor de aanslagjaren 2012, 2013 en 2014.

De belastingplichtigen moeten binnen 2 maanden, te rekenen vanaf de 3de dag volgend op de door de FOD Financiën toegezonden uitnodiging tot mededeling van de vereiste gegevens, en ten vroegste binnen 2 maanden vanaf 1 november 2014, de gegevens over de buitenlandse rekeningen waarvan ze het bestaan hebben aangegeven in hun aangifte in de personenbelasting voor de aanslagjaren 2012 tot 2014, meedelen aan het CAP (art. 177, wet van 25 april 2014).  

Bevestiging in PB-aangifte aj. 2014
De belastingplichtigen moeten in hun PB-aangifte voor het aj. 2014 niet bevestigen dat ze de info over hun buitenlandse rekeningen m.b.t. de aanslagjaren 2012, 2013 en 2014 hebben aangemeld bij het Centraal aanspreekpunt (art. 177, wet van 25 april 2014).
De uitnodiging tot mededeling van de gegevens vervangt voor de PB-aangifte aj. 2014 de verplichting om op het ogenblik van de indiening van de aangifte te bevestigen dat de melding bij het CAP is gedaan. Daarom is er ook in de PB-aangifte aj. 2014 geen rubriek in die zin opgenomen. 
Belgische rekeningnummers al gemeld door banken zelf
Omdat de fiscus gemakkelijk zou kunnen nagaan bij welke financiële instellingen de belastingplichtige een rekening heeft, is elke Belgische bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling verplicht om de identiteit van zijn cliënten, samen met de nummers van hun (Belgische) rekeningen en contracten in te voeren in het CAP.  Maar deze verplichting is niet afdwingbaar bij buitenlandse bank-, wissel-, krediet- of spaarinstellingen.
Opheffing bankgeheim
Sinds 1 juli 2011 kan de fiscus aan een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling inlichtingen vragen over de rekeningen van een belastingplichtige zodra er aanwijzingen zijn van belastingontduiking of als hij van plan is om een indiciaire aanslag te vestigen (art. 322 en art. 341 WIB 1992). Er is wel toestemming nodig van een gewestelijk directeur van de belastingen. En de belastingplichtige moet eerst de kans krijgen om te antwoorden op de ‘vraag om inlichtingen’ van de fiscus.   

Vooraleer het bankgeheim op te heffen, moet er minstens een onderzoek zijn bij de belastingplichtige zelf. Die moet de kans krijgen om spontaan mee te werken aan het onderzoek en eventueel zelf de gevraagde bankgegevens te verstrekken. De fiscus moet dus eerst een vraag om inlichtingen sturen en de antwoordtermijn van een maand respecteren. Hij moet daarbij ook vermelden dat het bankgeheim mogelijk opgeheven wordt.

Als de belastinginspecteur vaststelt dat het gevoerde onderzoek één of meer aanwijzingen van belastingontduiking oplevert of als hij van plan is om op basis van het onderzoek een indiciaire aanslag te vestigen, kan hij de beschikbare gegevens over de buitenlandse bankrekeningen van de belastingplichtige opvragen bij het centraal aanspreekpunt (nieuwe § 5, art. 322 WIB 1992; art. 176, wet van 25 april 2014).

De regels die de belastinginspecteur moet naleven om deze gegevens bij het CAP te raadplegen, worden bij KB vastgelegd. 
In werking
De ‘wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen’ treedt in werking op 7 mei 2014.

 

Sommige bepalingen van deze wet hebben echter een eigen datum van inwerkingtreding.
Bron:Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen, BS 7 mei 2014 – Hoofdstuk 6 (art. 175–177).