Federale staat en gewesten sluiten samenwerkingsakkoord over fiscale invorderingsbijstand

12.05.2014

De Federale Staat en het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hebben op 26 februari 2014 een akkoord gesloten dat hun samenwerking regelt in het kader van de ‘richtlijn wederzijdse invorderingsbijstand’ en de ‘gemengde bilaterale en multilaterale verdragen’.

Richtlijn wederzijdse invorderingsbijstand
De richtlijn wederzijdse invorderingsbijstand van 16 maart 2010 heeft onder meer het toepassingsgebied van de invorderingsbijstand uitgebreid. Daardoor kregen ook de gewesten, provincies en gemeenten de mogelijkheid om verzoeken om bijstand voor de door hen gevestigde belastingen en/of rechten over te maken aan buitenlandse autoriteiten als ze vermoeden dat er voor een rechtspersoon of een natuurlijk persoon in een andere Europese lidstaat invorderingsmogelijkheden zijn.
Bevoegde autoriteiten
Elke EU-lidstaat moet aan de Europese Commissie laten weten welke autoriteiten in hun land bevoegd zijn voor de  toepassing van de richtlijn wederzijdse invorderingsbijstand.

Voor België zijn de bevoegde autoriteiten:

de voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger: voor de belastingen en rechten geheven door of voor België, voor een territoriaal of een staatkundig onderdeel van België waarvoor de FOD Financiën de inning en invordering verzekert, of voor de Europese Unie, en de restituties, interventies en andere federale maatregelen die deel uitmaken van het stelsel van volledige of gedeeltelijke financiering door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), met inbegrip van in het kader van deze maatregelen te innen bedragen, en voor de heffingen en andere rechten uit hoofde van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker;
de Vlaamse regering: voor de belastingen en rechten geheven door het Vlaamse Gewest of de lokale overheden die behoren tot het Vlaamse Gewest;
de Waalse regering: voor de belastingen en rechten geheven door het Waalse Gewest of de lokale overheden die tot het Waalse Gewest behoren;
het Bestuur Gewestelijke Fiscaliteit van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: voor de belastingen en rechten geheven door het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest of de lokale overheden die tot het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest behoren.
Centraal verbindingsbureau
De dienst ‘CLO Recouvrement - CLO Invordering’ van de ‘Algemene Administratie van de Inning en Invordering’ van de FOD Financiën wordt aangeduid als centraal verbindingsbureau.

Het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest lichten de lokale besturen (provincies en gemeenten), waarover ze de voogdij uitoefenen, in over hun verplichtingen die volgen uit de richtlijn wederzijdse invorderingsbijstand en maken met hen afspraken voor een correcte uitvoering van deze verplichtingen.

De verzoeken om bijstand en de vragen om informatie van en aan de provincies en gemeenten verlopen via de verbindingsdienst van het betrokken Gewest.

Het centraal verbindingsbureau is in het kader van de richtlijn wederzijdse invorderingsbijstand:

primair verantwoordelijk voor de contacten met de andere EU-lidstaten voor andere zaken dan de dagelijkse wederzijdse invorderingsbijstand;
verantwoordelijk voor de contacten met de Europese Commissie.

Het centraal verbindingsbureau beheert de gegevens van België die op de CIRCA-website van de Europese Unie staan (CIRCA: Communication & Information resource centre administrator). Op deze website moet het bureau onder andere kenbaar maken in welke taal de verbindingsbureaus en verbindingsdiensten de inkomende verzoeken om bijstand wensen te ontvangen.

Jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, deelt het centraal verbindingsbureau volgende gegevens mee aan de Europese Commissie, en dit voor alle bevoegde autoriteiten:

het aantal verzoeken om inlichtingen, tot notificatie en tot invordering of om bewarende maatregelen te nemen dat ze jaarlijks naar een andere lidstaat stuurt en van een andere lidstaat ontvangt;
het bedrag van de schuldvorderingen waarvoor om invorderingsbijstand wordt verzocht, en de ingevorderde bedragen.
De bevoegde autoriteiten bezorgen deze gegevens uiterlijk op 1 maart aan het centraal verbindingsbureau.

Het centraal verbindingsbureau beheert de mailboxen. Valt een mailbox onder de bevoegdheid van één verbindingsbureau of één verbindingsdienst, dan beheert dat bureau of deze dienst die mailbox zelf.

Het centraal verbindingsbureau stuurt de inkomende verzoeken om bijstand, de ontvangstmeldingen en de antwoorden op een verzoek om bijstand die ze in de mailbox (en via de post) ontvangt van een ‘buitenlandse autoriteit’ (d.i. het centraal verbindingsbureau, een verbindingsbureau of een verbindingsdienst van een andere EU-lidstaat), en de vragen om informatie die ze van een buitenlandse autoriteit ontvangt, binnen de 2 werkdagen naar het bevoegde verbindingsbureau of de bevoegde verbindingsdienst.

Het bevoegde verbindingsbureau of de bevoegde verbindingsdienst behandelen de ontvangen verzoeken om bijstand, ontvangstmeldingen, antwoorden op een verzoek om bijstand en vragen om informatie ook binnen de 2 werkdagen.

Het centraal verbindingsbureau stuurt de verzoeken om bijstand, de ontvangstmeldingen, de antwoorden op een verzoek om bijstand en de vragen om informatie elektronisch door, tenzij dit om technische redenen onmogelijk is en met uitzondering van de via de post ontvangen verzoeken om bijstand, ontvangstmeldingen, antwoorden op een verzoek om bijstand en vragen om informatie.

De verbindingsbureaus en de verbindingsdiensten sturen hun verzoek om bijstand, hun ontvangstmelding en hun antwoord op een verzoek om bijstand ook elektronisch door naar het centraal verbindingsbureau. Ze gebruiken daarbij standaardformulieren.

Het centraal verbindingsbureau stuurt de verzoeken om bijstand, de ontvangstmeldingen, de antwoorden op een verzoek om bijstand en de vragen om informatie  door in de taal waarin het bureau ze ontvangen heeft.

Overlegorgaan
Er wordt een overlegorgaan opgericht dat is samengesteld uit één vertegenwoordiger van de FOD Financiën en één vertegenwoordiger van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, telkens één vertegenwoordiger van het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, en één vertegenwoordiger van het centraal verbindingsbureau.
De Gewesten kunnen zich laten bijstaan door een deskundige.

Het overlegorgaan heeft volgende taken:

het opstellen en bijhouden van een lijst per mailbox van het(de) bevoegde verbindingsbureau(s) en/of de bevoegde verbindingsdienst(en);
het opstellen en bijhouden van een methodiek inzake de territoriale aanknopingspunten;
het zorgen voor het nodige overleg tussen de verbindingsdiensten en verbindingsbureaus met het oog op een goede samenwerking, en als het verzoek om bijstand betrekking heeft op verschillende belastingen en rechten, bepalen welk verbindingsbureau of verbindingsdienst de coördinatie op zich neemt;
het bespreken van de agendapunten van het invorderingscomité en het voorbereiden van de vergaderingen van het invorderingscomité;
het opstellen en bijhouden van werkprocedures;
alle overige opdrachten die de dagelijkse invorderingsbijstand overstijgen en waarvoor overleg tussen de verbindingsdiensten en verbindingsbureaus nodig is;
het vaststellen van de benodigde personeels- en werkingskosten van het centraal verbindingsbureau, en de verdeling van die kosten over de Federale Staat en de Gewesten in functie van het aandeel van elke partij in het totaal aantal dossiers.

Het overlegorgaan vergadert in Brussel. De vertegenwoordiger van het centraal verbindingsbureau neemt de taak van secretaris op zich.

Het overlegorgaan beslist bij consensus. Indien geen consensus kan worden bereikt, wordt in het verslag vermeld op welke punten de meningen uiteen lopen. De onenigheid wordt gerapporteerd aan de bevoegde ministers. Komen die niet tot een oplossing, dan wordt de aangelegenheid voorgelegd aan de bevoegde Interministeriële Conferentie.
Het overlegorgaan stelt bij consensus een reglement van interne orde op, met daarin onder meer de lokatie van de vergaderingen, de regels voor de bijeenroeping van de vergaderingen en voor de agendering van de te bespreken punten.
Gemengde bilaterale en multilaterale verdragen
Het samenwerkingsakkoord van 26 februari 2014 (uitgezonderd art. 6 en 7) is naar analogie van toepassing op de inkomende en uitgaande verzoeken om bijstand inzake de invordering van belastingvorderingen voorzien in de gemengde bilaterale en multilaterale verdragen, tenzij de betrokken verdragen daarvan afwijken.
Financiering
Vanaf 1 januari 2013 financieren de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest gezamenlijk de personeels- en werkingskosten van het centraal verbindingsbureau.
Bron:Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 26 februari 2014 in het kader van de Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010  betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen en in het kader van de gemengde bilaterale en multilaterale verdragen tussen het Koninkrijk België en een andere Staat of andere Staten die voorzien in een wederzijdse bijstand inzake de invordering van belastingvorderingen, BS 24 april 2014.