Hoofdverblijfplaats zelfstandige beter beschermd

17.02.2014

Een zelfstandige kan voor de notaris verklaren dat de woning, waarin hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, niet vatbaar is voor inbeslagname door schuldeisers. Een wet van 15 januari 2014 breidt de bescherming van de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige nu uit tot de zelfstandigen in bijberoep en de zelfstandigen die actief zijn na hun pensionering. De wet wijzigt de beschermingsprocedure en bepaalt de kost voor de bescherming. De nieuwe regels treden in werking op 13 februari 2014.

Zelfstandigen in bijberoep of actieve gepensioneerden
De bescherming van de hoofdverblijfplaats van zelfstandigen (niet-vatbaarheid voor beslag van de woning van de zelfstandige door schuldeisers) wordt uitgebreid tot de zelfstandigen in bijberoep en zelfstandigen met een beroepsbezigheid na hun pensioen.
Tot nog toe bestond de mogelijkheid voor bescherming van de woning tegen inbeslagname van schuldeisers enkel voor zelfstandigen in hoofdberoep.
Verklaring
Een zelfstandige kan zijn zakelijke rechten, andere dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning, op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft (zijn woning), niet vatbaar voor beslag verklaren. Deze verklaring moet verleden worden voor een notaris. Ze moet een gedetailleerde beschrijving van het onroerend goed bevatten, en de eigen, gemeenschappelijke of onverdeelde aard vermelden van de zakelijke rechten die de zelfstandige bezit op het onroerend goed.

De verklaring beschermt de woning van de zelfstandige enkel tegen beroepsschulden die ontstaan zijn na de registratie van de verklaring door de notaris.

Uitoefening beroepsactiviteit in de woning
Als het onroerend goed tegelijk gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden en als woning, dan moet in de beschrijving een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het gedeelte dat gebruikt wordt als hoofdverblijfplaats en het gedeelte dat gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden. De beschrijving vermeldt de oppervlakte van elk gedeelte.
Oppervlakte
Beslaat de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden minder dan 30% van de totale oppervlakte van het onroerend goed, dan kunnen de rechten op het hele onroerend goed niet vatbaar voor beslag worden verklaard.

Beslaat de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden 30% of meer van de totale oppervlakte van het onroerend goed, dan kunnen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats gebruikt wordt niet vatbaar voor beslag worden verklaard mits men vooraf statuten opstelt.

Als er al statuten van mede-eigendom met betrekking tot het onroerend goed werden opgesteld, dan zullen die moeten gewijzigd worden.
Voor de redactie van de statuten kan gebruik gemaakt worden van artikel 577-3, eerste lid, in fine van het Burgerlijk Wetboek.

 

De wet van 15 januari 2014 verduidelijkt dat de totale oppervlakte die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de drempel, zowel de oppervlakte van het gebouw, inclusief alle verdiepingen, als het terrein omvat.
Oppervlakten die zowel privé als professioneel worden gebruikt, worden geacht geheel te worden gebruikt voor beroepsdoeleinden. Dit met uitzondering van oppervlakten waarvan de beroepsaard beperkt is tot een doorgangsfunctie en die beschouwd mogen worden als gebruikt als hoofdverblijfplaats.

Bij onverdeelde zakelijke rechten wordt voor de berekening van deze drempel rekening gehouden met de totale oppervlakte van het onverdeelde goed.

Register
De verklaring wordt overgeschreven in een hiertoe bestemd register, op het kantoor van de hypotheekbewaarder van het arrondissement waar het goed gelegen is. Vóór deze overschrijving, kan de verklaring niet aan derden worden tegengeworpen.
Uitwerking verklaring
Deze verklaring heeft slechts uitwerking ten aanzien van schuldeisers van wie de schuldvorderingen na de overschrijving in het register ontstaan, naar aanleiding van de zelfstandige beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan.

De wet van 15 januari 2014 vermeldt nu dat de verklaring blijft uitwerking hebben voor het verleden na het verlies van de hoedanigheid van zelfstandige, zelfs na een faillissement. Ze blijft ook uitwerking hebben bij verandering of stopzetting van de zelfstandige activiteit.

Afzien van verklaring
Op ieder ogenblik kan (onder bepaalde voorwaarden) van de verklaring worden afgezien. Het afzien van deze verklaring heeft uitwerking ten aanzien van alle schuldeisers; de verklaring wordt geacht nooit te hebben bestaan.
De curator van het faillissement kan het recht om van de verklaring af te zien niet uitoefenen.
De wet van 15 januari 2014 preciseert nu dat het afzien van het voordeel van de verklaring ten voordele van één of meer schuldvorderingen, het afzien van het voordeel van de verklaring ten opzichte van alle schuldvorderingen tot gevolg heeft.
Herroeping verklaring
Het overlijden van degene die de verklaring heeft gedaan heeft de herroeping van de verklaring tot gevolg. De wet van 15 januari 2014 verduidelijkt dat deze herroeping enkel uitwerking heeft voor de toekomst.
Overdracht zakelijke rechten
Bij overdracht van de zakelijke rechten die in de verklaring zijn bepaald, blijft de verkregen prijs niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de schuldeisers van wie de rechten ontstaan zijn na het overschrijven van deze verklaring en naar aanleiding van de beroepsbezigheid van degene die de verklaring heeft gedaan. Dit op voorwaarde dat de verkregen geldsommen binnen één jaar (te rekenen vanaf de datum van de authentieke akte) door degene die de verklaring heeft gedaan, wederbelegd worden om een onroerend goed aan te kopen waar zijn hoofdverblijfplaats is gevestigd.

Gedurende dat jaar bewaart de notaris die de akte van overdracht van de zakelijke rechten heeft verleden, de geldsommen. Wordt de akte verleden door verschillende notarissen, dan is het de notaris die is aangewezen door degene die de verklaring heeft afgelegd, die de geldsommen bewaart.

De rechten op de nieuw aangekochte hoofdverblijfplaats blijven niet vatbaar voor beslag ten aanzien van de schuldeisers wanneer de akte van verkrijging een verklaring van wederbelegging van de fondsen bevat, zelfs indien de prijs van het nieuwe goed het bedrag van de verkregen fondsen overtreft. Behalve indien de schuldeisers bewijzen dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.

In voorkomend geval zal de drempel opnieuw moeten worden berekend. De nieuwe verhouding beroepsgedeelte-privégedeelte moeten worden opgenomen in de verklaring van wederbelegging.

Er gelden bepaalde voorwaarden inzake geldigheid en tegenstelbaarheid voor de verklaring van wederbelegging der fondsen.

 In geval van beslag op grond van een schuldvordering ten aanzien waarvan de verklaring geen uitwerking heeft, zal de vorige paragraaf van toepassing zijn op het deel van de verkregen prijs na openbare verkoop dat toekomt aan de schuldeisers aan wie de verklaring kon worden tegengeworpen.

Ereloon notaris
Voor het opstellen van de verklaring en haar herroeping worden aan de notaris vaste erelonen betaald, waarvan het bedrag overeenkomstig de ‘wet van 31 augustus 1891 houdende tarificatie en invordering van de honoraria der notarissen’ wordt vastgesteld. Deze erelonen zijn maar een keer verschuldigd wanneer de verklaring of de herroeping betrekking heeft op een zelfstandige en zijn meewerkende echtgenoot of op twee zelfstandigen, die gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, en die gezamenlijk hun activiteit uitoefenen, in dezelfde vestigingseenheid.

Zolang het bedrag van die erelonen niet bepaald werd, wordt het bedrag van de erelonen van de notarissen bepaald op 500 euro voor de opstelling van de verklaring, waarbij de werkelijke kosten voor de inschrijving of de schrapping van de aangifte worden gevoegd.

In werking
De wet van 15 januari 2014 treedt in werking op 13 februari 2014.
Bron:Wet van 15 januari 2014 houdende diverse bepalingen inzake KMO's, BS 3 februari 2014 – art. 2 t.e.m. art. 8, art. 9 en art. 10.