Strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek krijgt basis in Wetboek van Strafvordering

28.04.2014

De wetgever wil de invordering van geldboetes en verbeurdverklaringen verbeteren en voert daarom een nieuw type onderzoek in: het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek (SUO). Hierdoor krijgt het openbaar ministerie de mogelijkheid om het vermogen van een veroordeelde, die zich bewust onttrekt aan zijn betalingsverplichtingen, actief op te sporen en in beslag te nemen. Naast de klassieke onderzoeksmethoden kunnen daarbij ook bijzondere opsporingsmethoden worden ingezet.

De procedure krijgt een wettelijke basis in het wetboek van Strafvordering via 2 wetten van 11 februari 2014. De bepalingen gelden vanaf 18 april 2014, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het is nu nog wachten op de publicatie van het uitvoeringsbesluit waarna de procedure ook effectief kan worden toegepast. Op 28 maart 2014 werd dat besluit definitief goedgekeurd door de federale ministerraad.
 
De nieuwe wetgeving geeft uitvoering aan het actieplan 2012-2013 van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude en de bijkomende maatregelen op het vlak van fraudebestrijding die de ministerraad bij de opmaak van de begroting 2013 heeft genomen. 
SUO onder leiding van het OM
Wanneer blijkt dat een veroordeelde de door de strafrechter opgelegde bijzondere verbeurdverklaring, geldboetes of gerechtskosten niet heeft betaald binnen de termijn die door de FOD Financiën is opgelegd, kan het  Openbaar Minister een SUO instellen of het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) hiermee belasten. Het COIV krijgt in dit kader een aantal extra bevoegdheden (bijvoorbeeld het rechtstreeks vorderen van de politie voor het uitvoeren van een solvabiliteitsonderzoek, toegang van het COIV tot het centraal aanspreekpunt bankrekeningen van de Nationale Bank, enz.)

 

De wetgever bepaalt hierbij uitdrukkelijk dat de hoogte van de betalingsverplichting ‘belangrijk’ moet zijn. Hij legt echter geen drempelbedrag vast. Uit de memorie van toelichting blijkt wel dat het OM ‘het in te vorderen bedrag moet afwegen tegen de geraamde kosten van het SUO’. De term ‘belangrijk’ wordt verder omschreven in het uitvoeringsbesluit. Het zou gaan om misdrijven strafbaar met een correctionele hoofdgevangenisstraf van één jaar of meer waarbij de betalingsverplichting minstens 10.000 euro bedraagt.
 
Het College van procureurs-generaal werd uitgenodigd om een omzendbrief op te stellen die aangeeft wanneer een SUO opportuun is.
 
Tegen de beslissing van het OM om een SUO op te starten staat geen enkel rechtsmiddel open.
Door SUO-magistraten
Het onderzoek wordt gevoerd door SUO-magistraten. Hieronder vallen de verschillende entiteiten van het openbaar ministerie: de procureur des Konings, de arbeidsauditeurs, de federale procureur en de procureurs-generaal bij de hoven van beroep. Al deze magistraten kunnen bijstand vragen van het COIV.

Tijdens het SUO zullen ze het vermogen waarop de veroordeling tot betaling van een geldboete, bijzondere verbeurdverklaring of gerechtskosten kan worden uitgevoerd opsporen, identificeren en inbeslagnemen. Ze verzamelen daarbij inlichtingen over de vermogenssituatie van de veroordeelde, maar ook van derden die bewust met de veroordeelde samenspannen om zijn vermogen te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de strafrechtelijke veroordelingen.

Bij het onderzoek kunnen ze gebruik maken van klassieke opsporingsmethoden (huiszoeking, verhoor zonder eedaflegging, opvragen bankgegevens, enz. - behalve arrestatie) en specifieke opsporingsmethoden die in het kader van een gerechtelijk onderzoek uitsluitend tot de bevoegdheid van de onderzoeksrechter behoren (observatie in een woning, telefoontap, …). Bij deze specifieke methoden moet de strafuitvoeringsrechter eerst de wettigheid, proportionaliteit en subsidiariteit van de handeling nagaan. De magistraten kunnen deze onderzoeken ook laten uitvoeren door de gevorderde politiedienst. 

De SUO-magistraten die het onderzoek voeren of de betrokken politieambtenaren kunnen alle inbeslagnemingen verrichten die nodig zijn. Beslag leggen kan op

alle goederen, zowel roerende als onroerende, lichamelijke als onlichamelijke, in het vermogen van de veroordeelde, waarop de uitvoerbare veroordeling tot betaling van een verbeurdverklaring, geldboete en de gerechtskosten kan worden uitgevoerd; 
alle informatiedragers, in origineel of in kopie, die zich bevinden bij de veroordeelde of derden en die inlichtingen bevatten over de vermogensrechtelijke verrichtingen die zijn uitgevoerd door de veroordeelde en over de samenstelling en de vindplaats van zijn vermogen. 

Er gelden wel enkele uitzonderingen. Beslag leggen op goederen die ‘niet vatbaar zijn voor beslag op basis van het Gerechtelijk Wetboek’ is niet toegelaten. Ook informatiedragers die inlichtingen bevatten die gedekt zijn door het beroepsgeheim zijn niet vatbaar voor beslag.

In bepaalde gevallen kan de SUO-magistraat ook beslag legen op goederen die niet toebehoren aan de veroordeelde. Bijvoorbeeld wanneer er voldoende ernstige aanwijzingen zijn dat de veroordeelde het goed heeft overgedragen aan een derde met de bedoeling de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten te verhinderen of te bemoeilijken.

Merk hierbij nog op dat het SUO in principe geheim is om de efficiëntie van de uitvoeringshandelingen te waarborgen. Maar de wet voorziet in uitzonderingen op deze geheimhouding.

Einde SUO
Het SUO eindigt bij volledige betaling of invordering van de verbeurdverklaarde geldsommen, penale geldboeten en gerechtskosten of bij het tenietgaan van de straf (verjaring, overlijden veroordeelde, genade, enz.).

De SUO-magistraat brengt de invorderingsambtenaar van de FOD Financiën en de directeur van het COIV op de hoogte van zijn beslissing om het onderzoek af te sluiten. 

Verruimd beslag bij equivalent
De wet regelt ook het verruimd beslag bij equivalent. Dat kan wanneer de illegale vermogensvoordelen niet langer kunnen worden ingevorderd op het vermogen van de verdachte in België of wanneer ze vermengd zijn met legale goederen. De mogelijkheid tot beslag bij equivalent wordt uitgebreid naar malafide derden.
Verjaringstermijn verbeurdverklaring correctionele zaken verlengd tot 10 jaar
Voor verbeurdverklaringen die zijn uitgesproken wegens wanbedrijven is de verjaringstermijn voortaan vastgesteld op 10 jaar, ongeacht de duur van de opgelegde correctionele gevangenisstraf. De huidige termijn van 5 jaar in geval van een correctionele veroordeling tot een hoofdgevangenisstraf van 3 jaar of minder bleek te kort om de verbeurdverklaarde geldsommen volledig te kunnen invorderen in complexe dossiers of zaken met een internationale dimensie. Bovendien zorgde de koppeling van de verjaringstermijn van de verbeurdverklaring aan de verjaringstermijn die toepasselijk is op de hoofdstraf voor problemen als er geen veroordeling tot een hoofdstraf wordt uitgesproken (bijv. bij een eenvoudige schuldigverklaring als sanctie voor de overschrijding van de redelijke termijn in strafzaken).

Nieuw is ook dat het Strafwetboek voortaan de gronden opsomt voor schorsing of stuiting van de verjaring. De wetgever onderscheidt 3 gevallen waarin de verjaringstermijn wordt geschorst:

zolang de veroordeelde het voorwerp uitmaakt van een wettelijke collectieve insolventieprocedure; 
tijdens de behandeling van het door de veroordeelde of derden ingediende genadeverzoek; 
tijdens de effectieve looptijd van een aanzuiveringsregeling die de ambtenaar die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring heeft toegestaan aan de veroordeelde. 

Algemeen geldt dat de verjaring wordt gestuit door daden van tenuitvoerlegging. De wet omschrijft een aantal van deze daden.

Tot slot bepaalt de wetgever dat het niet langer mogelijk is om een straf tot verbeurdverklaring met uitstel uit te spreken.

Bevoegde ambtenaren in geval van invordering verbeurdverklaring bij SUO
De FOD Financiën is bevoegd (ontvanger van domeinen) voor de invordering van de onbetaalde verbeurdverklaarde geldsommen (namens het OM en het COIV). De onbetaalde geldboeten en gerechtskosten worden ingevorderd door het ontvangkantoor van de penale boeten.

De wetgever kiest er nu voor om de uitvoering van de verbeurdverklaring meer algemeen toe te vertrouwen aan de FOD Financiën. Bij invorderingen in het kader van een SUO dat gevoerd wordt door een magistraat van het COIV, zijn de ambtenaren van de FOD Financiën die gespecialiseerd zijn op het vlak van invorderingen van verbeurdverklaarde geldsommen aan zet.

Bron:Wet van 11 februari 2014 houdende diverse maatregelen ter verbetering van de invordering van de vermogensstraffen en de gerechtskosten in strafzaken (I), BS 8 april 2014.
Bron:Wet van 11 februari 2014 houdende diverse maatregelen ter verbetering van de invordering van de vermogensstraffen en de gerechtskosten in strafzaken (II), BS 8 april 2014.