Aangifteplicht juridische constructies: lijst met rechtsvormen waarop geen of een minimale belasting wordt geheven

22.04.2014

Steeds meer belastingplichtigen dragen vermogen over aan trusts, buitenlandse stichtingen en andere juridische constructies (bv. Liechtensteinse Anstalt) waar ofwel geen belasting ofwel een minimale belasting wordt geheven. De fiscus is in de meeste gevallen niet op de hoogte van de betrokkenheid van de (Belgische) belastingplichtige.

Zich verschuilen achter een juridische constructie is moeilijker geworden. Vanaf het aanslagjaar 2014 is elke belastingplichtige immers verplicht om in zijn aangifte in de personenbelasting (rubriek XIII.C.) aan te duiden of hij, zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner met wie hij de gezamenlijke aangifte indient, of één van zijn niet-ontvoogde minderjarige kinderen, een oprichter van een juridische constructie (art. 2, § 1, 13° en 14°, WIB 1992) of (potentieel) begunstigde van zo’n constructie is.
 
Het WIB 1992 (art. 2, § 1, 13°, b), 2de lid) voorziet in een lijst met voor welbepaalde landen of rechtsgebieden beoogde rechtsvormen die, krachtens de wetgeving van het land of rechtsgebied waar zij gevestigd zijn, daar niet aan een inkomstenbelasting zijn onderworpen of daar, wat de inkomsten van kapitalen en roerende goederen betreft, aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen in vergelijking met België.

Het KB van 19 maart 2014 legt deze lijst vast.

De lijst is gebaseerd op de lijsten die als bijlage 1 zijn opgenomen bij het ‘voorstel van richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/48/EG (COM(2008) 727 definitief) betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling’. Het gaat om rechtspersonen en juridische constructies in niet-EU-rechtsgebieden die geen waarborg bieden voor een passende en effectieve belastingheffing van door deze rechtspersonen en constructies verworven inkomsten.
Enkel de rechtspersonen uit bijlage 1 bij het voorstel van richtlijn zijn opgenomen in de lijst van het KB van 19 maart 2014.

De enige rechtsvorm op de lijst van het KB van 19 maart 2014 die niet figureert op de lijsten van bijlage 1 van het ontwerp van richtlijn is de Société de gestion de Patrimoine Familiale (SPF) uit Luxemburg.

De SPF wordt uitsluitend gebruikt voor het beheer van private vermogens. Haar activiteit mag alleen bestaan in het verwerven, beheren en verkopen van financiële activa, met uitsluiting van iedere commerciële activiteit. SPF’s zijn in regel vrijgesteld van vennootschapsbelasting, en aandeelhouders die geen resident zijn in Luxemburg worden er niet onderworpen aan roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden.

Deze lijst van voor welbepaalde landen of rechtsgebieden beoogde rechtsvormen zal telkens worden aangepast als er, door buitenlandse wetswijzigingen, rechtsvormen aan moeten worden toegevoegd of van de lijst moeten worden geschrapt. 

In werking
Het KB van 19 maart 2014 treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 2014.
Bron:Koninklijk besluit van 19 maart 2014 tot uitvoering  van artikel 2, § 1, 13°, b), tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevoegd bij de wet houdende diverse bepalingen van 30 juli 2013, BS 2 april 2014.