Cumulatie werknemerspensioen: grensbedrag bij ‘jaren van gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling’ afgeschaft

02.11.2015

Bij de cumulatie van een overlevingspensioen met andere rust- of overlevingspensioenen in het werknemersstelsel hanteert men 2 grensbedragen. Eén van die bedragen wordt nu geschrapt omdat het irrelevant geworden is sinds de hervorming van het beginsel van de eenheid van loopbaan.

2 grensbedragen
Bij de cumulatie hanteert men op dit moment 2 grensbedragen:
Het eerste grensbedrag komt overeen met 110% van het overlevingspensioen bij een volledige loopbaan. Daartoe wordt het bedrag van het overlevingspensioen vermenigvuldigd met de omgekeerde loopbaanbreuk die wordt uitgedrukt in jaren.
Het tweede grensbedrag komt overeen met 110% van een alternatief volledig overlevingspensioen. Bij een loopbaan met veel onvolledige jaren zou het eerste grensbedrag immers geen getrouwe weergave zijn.

Het alternatief volledig overlevingspensioen wordt bekomen door zowel voor het bedrag als voor de teller van de loopbaanbreuk enkel rekening te houden met de ‘jaren van gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling’. De pensioenopbrengsten van zeer onvolledige jaren worden buiten beschouwing gelaten en dat levert over het algemeen een hoger pensioenbedrag op.

Irrelevant
Een wijziging dringt zich op. Want voor de overlevingspensioenen die zijn ingegaan vanaf 1 januari 2015 moet de tweede cumulatiegrens niet meer worden berekend.

Door de hervorming van het principe van de eenheid van loopbaan in het pensioenstelsel voor werknemers rekent men sinds 1 januari 2015 in dagen. De meest voordelige 14.040 dagen worden toegekend, ongeacht het aantal jaren waarover ze gespreid zijn.

Die hervorming heeft ervoor gezorgd dat het belang van een pensioen niet meer wordt uitgedrukt in het aantal jaren met pensioenverzekering ten opzichte van het aantal jaren voor een volledige loopbaan – bijvoorbeeld: 44/45. Maar wel in dagen met pensioenverzekering – dat zijn gepresteerde en gelijkgestelde voltijdse dagequivalenten - ten opzichte van het aantal dagen voor een volledige loopbaan. Bijvoorbeeld: 13.728/14.040.

Dit betekent dat het nu geen zin meer heeft om een tweede cumulatiegrens vast te stellen. Er is geen sprake meer van zeer onvolledige jaren omdat iedere dag een voltijdse dagequivalent is. De tweede cumulatiegrens is dus irrelevant geworden.

1 januari 2015
Daarom past het wijzigings-KB van 6 oktober 2015 het algemeen reglement op het werknemerspensioen aan: de bepaling die de cumulatiegrens vastlegt die uitsluitend gegrond is op de jaren met gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling, wordt opgeheven. Naar aanleiding van die opheffing wordt ook nog een kleine technische aanpassing doorgevoerd.

De Raad van State vat het als volgt samen:

De eenheid van loopbaan wordt voor de overlevingspensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2015 in dagen in plaats van in jaren uitgedrukt.
Het cumulatieplafond wordt vanaf 1 januari 2015, voor de overlevingspensioenen die vanaf 1 januari 2015 ingaan, berekend op basis van 110% van een volledig overlevingspensioen, te vermenigvuldigen met de omgekeerde loopbaanbreuk uitgedrukt in dagen.
Hierdoor is het cumulatieplafond bepaald in artikel 52, § 3 van het KB van 21 december 1967 overbodig geworden. De overwegingen inzake de onvolledigheid van een volledig overlevingspensioen gaan immers niet meer op.
In werking
Deze aanpassingen treden retroactief in werking op 1 januari 2015. Uit het verslag bij het wijzigings-KB blijkt dat dit geen nadelige herzieningsbeslissing voor de gerechtigden veroorzaakt.

De nieuwe regels gelden voor de overlevingspensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste zijn ingegaan op 1 januari 2015 en, desgevallend, voortvloeien uit een rustpensioen dat daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste is ingegaan op 1 januari 2015.

Het ‘oude’ tweede grensbedrag wordt behouden voor de overlevingspensioenen die gebaseerd zijn op rustpensioenen die vóór 1 januari 2015 zijn ingegaan, en waarbij het belang uitgedrukt werd in jaren.
 
Bron:Koninklijk besluit van 6 oktober 2015 tot wijziging van artikel 52 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 21 oktober 2015