Recht op geneeskundige verstrekkingen voor startende zelfstandigen gekoppeld aan eerste bijdragebetaling

29.03.2016

De toekenning van het recht op geneeskundige verstrekkingen wordt bij startende zelfstandigen afhankelijk van de betaling van de eerste kwartaalbijdrage in het sociaal statuut voor zelfstandigen, of van de vrijstelling ervan.

De overheid wil op die manier fictieve aansluitingen bestrijden en startende zelfstandigen bewust maken van hun verplichtingen op het vlak van sociale bijdragen. 
Geneeskundige verzorging
Zelfstandigen die onder het sociaal statuut voor zelfstandigen vallen, krijgen de hoedanigheid van gerechtigde in de sector geneeskundige verzorging. Om ook effectief aanspraak te kunnen maken op tegemoetkomingen door de ziekteverzekering, moeten ze:
zich aansluiten of inschrijven bij een verzekeringsinstelling – dat is een ziekenfonds of de Hulpkas voor Ziekte- en lnvaliditeitsverzekering; en
in orde zijn met de betaling van hun sociale bijdragen.

De inschrijving als gerechtigde gaat in op de eerste dag van het kwartaal waarin de hoedanigheid van gerechtigde is verworven (datum van inschrijving). En dat recht blijft behouden tot 31 december van het jaar dat volgt op dat waarin het recht wordt geopend.

Eens een zelfstandige het recht op tegemoetkomingen verworven heeft, kan hij dit recht behouden mits hij jaar na jaar:

in orde is met de bijdragen voor het refertejaar;
de hoedanigheid van gerechtigde gehad heeft gedurende het laatste kwartaal van het refertejaar, dan wel tijdens het daarop volgende jaar.
Vaststelling
De verzekeringsinstellingen stellen de hoedanigheid van gerechtigde op gezondheidszorg voor elke zelfstandige vast op basis van de gegevens die de sociale verzekeringsfondsen elk jaar aanleveren over het vervullen van de bijdrageplicht.

 

Gaat het om een persoon die zich voor het eerst of opnieuw inschrijft als zelfstandige bij een verzekeringsinstelling, dan gebeurt de vaststelling van de hoedanigheid van gerechtigde echter op grond van een bewijs van onderwerping in het sociaal statuut voor zelfstandigen, en dus niet van de bijdragebetaling.

 

Het is dus mogelijk dat het sociaal verzekeringsfonds het attest van onderwerping aflevert zonder dat de zelfstandige sociale bijdragen heeft betaald. De zelfstandige kan op basis van dat attest de hoedanigheid van gerechtigde op geneeskundige verzorging verwerven en gedurende meer dan een jaar recht op geneeskundige verstrekkingen genieten – namelijk: tot 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van inschrijving – zonder dat hij bijdragen heeft betaald.
Eerste betaling
Vandaar dat men de toekenning van rechten in de sector geneeskundige verzorging voor zelfstandige starters afhankelijk maakt van de betaling van een eerste kwartaalbijdrage, tenzij een vrijstelling van die bijdrage werd toegekend.

Daartoe wordt het KB op de geneeskundige verzorging en uitkeringen aangepast met ingang van 1 april 2016. Uit het wijzigings-KB blijkt inderdaad dat, voor de sector geneeskundige verzorging, de inschrijving van de zelfstandigen die onderworpen zijn aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, uitwerking heeft:

vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de hoedanigheid werd verworven, onder de opschortende voorwaarde van
hetzij de betaling van de ‘eerste sociale kwartaalbijdrage’ (‘begin van bezigheid’),
hetzij de verkrijging van een vrijstelling van bijdrage voor die eerste sociale kwartaalbijdrage.

 

Deze maatregel betreft enkel de zelfstandigen die zich inschrijven of herinschrijven bij een ziekenfonds op basis van een begin van zelfstandige activiteit. Startende zelfstandigen zullen voortaan slechts onder de opschortende voorwaarde van de eerste bijdragebetaling worden ingeschreven (of van de vrijstelling ervan) in de ziekteverzekering!
Gegevens
De sociale verzekeringsfondsen zullen de gegevens ter staving van de hoedanigheid van gerechtige op geneeskundige verzorging moeten meedelen aan de verzekeringsinstellingen binnen de maand volgend op de betaling van de eerste bijdrage of op het verkrijgen van de vrijstelling ervan.

Ook hier gaat het om een aanvulling van het KB op de geneeskundige verzorging en uitkeringen.

In werking
Het KB van 13 maart 2016 treedt in werking op 1 april 2016, en dit voor de gerechtigde waarvan de periode van begin van bezigheid ten vroegste het tweede kwartaal van het jaar 2016 een aanvang neemt.
Bron:Koninklijk besluit van 13 maart 2016 tot wijziging van de artikelen 252 en 276 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 30 maart 2016