Tax shelter-regeling voor investeringen in films bijgestuurd

04.07.2016

De Regering heeft via de wet van 26 mei 2016 de ‘tax shelter-regeling’ voor investeringen in audiovisuele werken aangepast. De bijgewerkte regeling is van toepassing op raamovereenkomsten die vanaf 1 juli 2016 worden getekend.

Bestaande tax-shelter regeling
Belgische vennootschappen of buitenlandse vennootschappen met een vestiging in België kunnen genieten van een belastingvrijstelling als ze investeren in Belgisch of Europees audiovisueel werk, met een maximale besteding in België. Aan deze belastingvrijstelling zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Zo moet de investering onder meer vastgelegd worden in een raamovereenkomst gesloten tussen een erkende productievennootschap of een erkende tussenpersoon, en de investeerder.
Belastingvrijstelling
Op basis van de reële audiovisiuele investeringen wordt een tax shelter-attest toegekend, met een maximale waarde gelijk aan 70% van de totale investeringen. Het tax shelter-attest vormt de basis voor de belastingvrijstelling voor de investeerder.
De 70%-grens is gekoppeld aan de vereiste dat ten minste 90% van de waarde van het tax shelter-attest moet gespendeerd worden aan productie- en exploitatie- uitgaven in België, en dit binnen een termijn van 18 maanden (of 24 maanden voor animatiefilms en nu ook animatieseries) na ondertekening van de raamovereenkomst.

De ‘Cel Tax Shelter’ van de FOD Financiën levert het tax shelter-attest af aan een erkende productievennootschap. Daarna wordt het attest (al dan niet opgesplitst in delen) overgedragen aan de investeerder(s). Die kunnen het attest niet overdragen naar een andere belastingplichtige.

De totale fiscale waarde van de tax shelter-attesten die worden uitgereikt voor een werk kan maximaal 15 miljoen euro bedragen.

De investeerder krijgt een voorlopige belastingvrijstelling van 310% van de sommen die hij in uitvoering van de raamovereenkomst gestort heeft. Deze voorlopige vrijstelling wordt beperkt tot 150% van de verwachte fiscale waarde van het tax shelter-attest. De definitieve belastingvrijstelling is gekoppeld aan de werkelijke waarde van het tax shelter-attest, die pas duidelijk wordt bij de ex postcontrole van de uitgaven.

Indien een tax shelter-attest wordt afgeleverd voor een lager bedrag dan aanvankelijk voorzien, dan wordt het voordeel verhoudingsgewijze teruggenomen. Op de verschuldigde belasting is dan een nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 30 juni van het aanslagjaar waarvoor de vrijstelling werd toegestaan. Daarbij worden de laatste stortingen het eerst in aanmerking genomen.

Zolang de belastingvrijstelling niet definitief is, moet de vrijgestelde winst geboekt worden op een onbeschikbare passiefrekening en mag ze niet uitgekeerd worden.
Belangrijkste nieuwigheden
De wet van 26 mei 2016 brengt meerdere wijzigingen aan in het bestaande tax shelter-stelsel, dat grotendeels in artikel 194ter van het WIB 1992 staat.
Hierna volgt een kort overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.
 
Productievennootschappen verbonden met een televisieomroep
 
De productievennootschappen die met een Belgische of buitenlandse televisieomroep zijn verbonden, zijn voortaan enkel van de tax shelter-regeling uitgesloten als de televisieomroep rechtstreeks voordelen geniet die afkomstig zijn van de door de productievennootschap gecreëerde werken (art. 194ter, § 1, eerste lid, 2°, nieuw tweede lid, WIB 1992; art. 2, 3°, wet van 26 mei 2016).
 
Uitgaven gedaan vóór ondertekening van raamovereenkomst
 
Voortaan worden de uitgaven die de productievennootschappen doen binnen de 6 maanden vóór de ondertekening van de raamovereenkomst voor het in aanmerking komend werk, die betrekking hebben op de productie en de exploitatie van dit werk, en die beantwoorden aan alle andere voorwaarden van artikel 194ter van het WIB 1992, beschouwd als in aanmerking komende uitgaven voor de tax shelter-financiering. Dit op voorwaarde dat de betrokken Gemeenschap het werk heeft erkend en voor zover de productievennootschap kan verantwoorden waarom het noodzakelijk was dat deze uitgaven moesten gedaan worden vóór en niet na de ondertekening (art. 194ter, § 1, nieuw vierde lid en vijfde lid, WIB 1992; art. 2, 20°, wet van 26 mei 2016).

 

Deze mogelijkheid houdt rekening met de praktijk waarbij de producties meestal aan de seizoenen zijn gebonden (voorjaar, zomer), terwijl de middelen doorgaans worden opgenomen en de raamovereenkomsten getekend in het najaar of op het einde van het jaar.
 
Vergoedingen en commissies producers
 
Ook de vergoedingen betaald of toegekend aan executive producers, co-producers, associate of andere producers, én de algemene kosten en commissielonen van de productie ten bate van de producer, worden voortaan beschouwd als uitgaven die niet rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie van het in aanmerking komend werk (art. 194ter, § 1, eerste lid, 9°, nieuw tweede lid, WIB 1992; art. 2, 17°, wet van 26 mei 2016).

Dit op voorwaarde dat:

deze vergoedingen, kosten en commissielonen niet meer dan 18% bedragen van de productie- en exploitatie-uitgaven die in België werden gedaan, en
ze betrekking hebben op werkelijke prestaties.
 
Tax shelter attest
 
Net zoals voordien, reikt de ‘Cel Tax Shelter’ van de FOD Financiën het tax shelter-attest slechts aan de productievennootschap uit als die aan alle wettelijke voorwaarden voldoet (art. 194ter, § 7, WIB 1992).
De wet van 26 mei 2016 meldt nu dat de regels voor de toekenning, de bewaring, de overdracht, de administratie en de aanmelding van het attest nog in een KB worden vastgelegd.
 
Andere wijzigingen
 
De wet van 26 mei 2016 voegt ook nog bepaalde woorden of referenties toe aan artikel 194ter van het WIB 1992. Of ze vervangt ze of heft ze op omdat ze niet goed geformuleerd of onnodig waren. Het gaat hier niet om inhoudelijke aanpassingen, maar om wijzigingen die enkel tot doel hebben om de tekst lichter en uniformer te maken.
Ten slotte werkt de wet van 26 mei 2016 ook de tegenstrijdigheden tussen de Nederlandstalige en de Franstalige tekst weg.
In werking
De wet van 26 mei 2016 is van toepassing op raamovereenkomsten die vanaf 1 juli 2016 worden getekend.
Bron:Wet van 26 mei 2016 tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het Tax Shelter stelsel ten gunste van audiovisuele werken, BS 7 juni 2016.