Verhaalbaarheid van erelonen van advocaten : vanaf 1 januari 2008 van toepassing !

09.11.2007

Met een Koninklijk Besluit van 26. oktober 2007 (Belgisch Staatsblad van 9.11.2007) werd de vergoeding bepaald welke ten laste van de in het ongelijk gesteld partij gaat. De regeling treedt op 1 januari 2008 in werking.

De wet betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen van advocaten werd op 21 april 2007 gestemd. De in het ongelijk gestelde partij moet op basis van de wet een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen aan de winner van de procedure betalen.

De nieuwe wet is van toepassing op alle zaken welke vanaf 1 januari 2008 ingediend worden of nog hangende zijn.

Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding wordt bepaald op basis van en rooster dat rekening houdt met het financiële belang van het geschil. Dit bedrag kan van de rechtbank verhogen of verlagen tot een maximum of een minimum. Bij de beoordeling moet rekening gehouden worden met de financiële draagkracht van de verliezende partij, om de vergoeding te verlagen, de complexiteit van de zaak, de belangrijkheid van de contractuele vergoedingen welke al overeengekomen zijn et het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

Vordering

Basisbedrag  Minimumbedrag  Maximumbedrag 
tot 250 €     150 €     75 €  300 €

van 250,01 - 750 €

 200 €  125 €  500 €
750,01 - 2.500 €  400 €  200 €  1000 €
2.500,01 - 5.000 €  650 €  375 €  1.500 €
5.000,01 - 10.000 €  900 €  500 €  2.000 €
10.000,01 - 20.000 €  1.100 €  625 €  2.500 €
20.000,01 - 40.000 €  2.000 €  1.000 €  4.000 €
40.000,01 - 60.000 €  2.500 €  1.000 €  5.000 €

60.000,01 -  100.000 €

 3.000 €  1.000 €  6.000 €
100.000,01 -250.000 €  5.000 €  1.000 €  10.000 €
250.000,01 - 500.000 €  7.000 €  1.000 €  14.000 €
500.000,01 - 1.000.000 €  10.000 €  1.000 €  20.000 €

boven 1.000.000,01€  

 15.000 €  1.000 €  30.000 €


Het systeem van de verhaalbaarheid werd uitgebreid tot de strafrechtelijke procedure. Dit betekent concreet dat de burgerlijke partij ook recht op een rechtsplegingsvergoeding heeft indien de beklaagde tot betaling veroordeeld wordt.

Maar als de beklaagde vrijgesproken wordt, zal de burgerlijke partij alleen maar dan tot de kosten veroordeeld worden indien zij de strafvordering in gang heeft gezet.  Indien de strafvordering door het openbaar ministerie of door een burgerlijke partijstelling ingeleid werd, zal de verhaalbaarheid niet gelden.

Het is nog nuttig op volgende punten bij de handhaving de rooster :

- Er is geen vergoeding verschuldigd indien de verweerder of de gedaagde in hoger beroep vóór de inschrijving van de zaak op de rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten.

- Ingeval de verweerder, of de gedaagde in hoger beroep, na de inschrijving op de rol, de eis inwilligt en zijn verbintenissen kwijt in hoofdsom, interesten en kosten, is het bedrag van de vergoeding gelijk aan één kwart van de basisvergoeding, zonder hoger te kunnen zijn dan 1.000 euro.

- Wanneer het geschil betrekking heeft op de titel van een uitkering tot onderhoud, wordt het bedrag van de vordering berekend op basis van het bedrag van de annuïteit of van twaalf maandelijkse termijnen.

- Voor de geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 1.200 €, het minimum bedrag 75€ en het maximum bedrag 10.000 €.

- Wanneer de zaak wordt afgesloten met een beslissing gewezen bij verstek, en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, is het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding.

- De bedragen worden vastgesteld per aanleg. Indien dezelfde zaak in hoger beroep gaat, zal nog een rechtsplegingsvergoeding te betalen zijn.

- Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand geniet (PRO DEO), wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het vastgestelde minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie. 

- Wanneer meerdere partijen de vergoeding ten laste van dezelfde in het ongelijk gestelde partij genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen de partijen verdeeld.