Opzegtermijnen voor arbeiders : ongrondwettelijk !

07.07.2011

Het Grondwettelijk Hof heeft op 7 juli 2011 beslist dat de huidige opzegtermijnen in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel.

De beslissing van het Grondwettelijk Hof zal een fundamentele wijziging in het Belgische Arbeidsrecht ten gevolge hebben. De arbeidswetgeving verleent veel langere opzegtermijnen aan bedienden. Afhankelijk van zijn arbeider- of bediendenstatuut zal een werknemer met dezelfde ancienniteit, leeftijd en loon recht op grondig opzegtermijnen hebben. Een werknemer met een ancienniteit van 16 jaren zal als arbeider een opzegtermijn van 80 dagen hebben. Indien hij bediende is zal de opzegtermijn ten minste 12 maanden lang zijn. Afhankelijke van zijn leeftijd en verdienst zal hij  ook recht hebben op een opzegtermijn van  nog enkele aanvullende maanden. 

Al in arrest van 8 juli 1993 heeft het Grondwettelijk Hof al vastgesteld dat de wetgever ervoor moest zorgen de statuten van deze twee groepen van werknemers op een gelijke voet te brengen. In de verleden jaren werden ook enkele initiatieven in deze zin genomen (zie ook wet van 12.4.2011) maar deze veranderingen zijn te laat en te voorzichtig geweest.

Met de beslissing van 7 juli 2011 heeft het Grondwettelijk Hof voor een zekere duidelijkheid gezorgd. Volgens het Hof moet het gelijkheidsbeginsel voor de twee groepen van werknemers ten laatste tot 8 juli 2013 omgezet worden.

De omzetting van dit principe zal vermoedelijk tot felle discussies in het parlament en tussen de sociale partners leiden.

Vraag is of deze beslissing niet al vanaf heden tot rechtsonzekerheid voert. Het Hof heeft een overgangstermijn van twee jaren aan de wetgever gegeven, maar deze mogelijkheid bestaat niet voor prejudiciële geschillen maar alleen maar voor annulatiegeschillen. Het arrest van 7 juli 2011 werd op grond van prejudiciële vragen van de Arbeidsrechtbank Brussel uitgesproken.  Het is dus mogelijk dat de Arbeitsrechtbanken nu al op basis van dit arrest van 7 juli 2011 verhoogde opzegvergoedingen aan arbeiders toekennen. Het is duidelijk dat dit tot een totale rechtsonzekerheid voert. Deze rechtsonzekerheid bestaat niet alleen voor toekomstige uit te ontslagen maar ook voor recent ontslagen werknemers... Het is te hopen dat de wetgever heel vlug de nodige initiatieven neemt om voor duidelijkheid te zorgen !