Begrip arbeidsongeval wordt uitgebreid voor privésector (art. 6 en 19 WDB)

24.03.2014

Ongevallen die gebeuren buiten de uitoefening van de arbeidsovereenkomst kunnen voortaan gekwalificeerd worden als een arbeidsongeval. De arbeidsongevallenwetten voor de privé- en overheidssector worden op elkaar afgestemd.

Arbeidsongeval
De wet van 21 december 2013 houdende dringende diverse bepalingen inzake sociale wetgeving bepaalt dat het ‘ongeval dat een werknemer buiten de uitoefening van zijn overeenkomst is overkomen maar dat veroorzaakt is door een derde wegens de uitvoering van de overeenkomst’ voortaan ook een arbeidsongeval is.

Met die ingreep worden de Arbeidsongevallenwet voor de privésector en de Arbeidsongevallenwet voor de overheidssector op elkaar afgestemd. Voor de overheidssector hanteert men immers een ruimere omschrijving in de Arbeidsongevallenwet van 3 juli 1967. De situatie waarin de werknemer geweld is aangedaan buiten, maar wel door de uitoefening van zijn functie, was immers niet geregeld in de arbeidsongevallenregeling voor de privésector. En die ongelijkheid is nu weggewerkt.

Verschil in behandeling
Het verschil in behandeling kwam eerst tot uiting binnen de overheidssector zelf, namelijk: tussen werknemers die dezelfde functies uitoefenen. Het begrip ‘overheidssector’ valt immers niet samen met het toepassingsgebied van de Arbeidsongevallenwet voor de overheidssector.
 
Een werknemer van de MIVB werd bijvoorbeeld anders behandeld dan een werknemer van De Lijn. Enkel die laatste valt immers onder de wet van 1967. Het statutaire personeel van bpost en Belgacom valt ook onder de wet van 1967. Zij waren dus beter beschermd dan het contractuele personeel dat onder de Arbeidsongevallenwet voor de privésector valt.

Uiteraard was er ook een verschil in behandeling tussen de overheidssector en de privésector. Bijvoorbeeld tussen werknemers van een privéziekenhuis en werknemers van een openbaar ziekenhuis.

Gezagfunctie
In principe was de verschillende behandeling gerechtvaardigd omdat bepaalde werknemers van de overheidssector een gezagfunctie uitoefenen, zoals politieagenten en sociaal inspecteurs. Ze lopen specifieke risico’s. Maar het is niet ondenkbaar dat een werknemer die onderworpen is aan de Arbeidsongevallenwet van 1971 blootgesteld wordt aan een gelijkaardig risico. Denk bijvoorbeeld aan een ondernemingsdirecteur die meerdere werknemers moet ontslaan. Of een bankbediende die een klant een lening weigert. 

Er is dus sprake van een gelijkaardig risico om het slachtoffer te worden van een gewelddaad die is ingegeven door een specifieke handeling van het slachtoffer wegens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst of door zijn hoedanigheid van personeelslid van een onderneming, ook buiten de uitoefening van de overeenkomst.  

Uit de Parlementaire Stukken blijkt dat het verschil in behandeling niet verantwoord is. Dat dergelijke gewelddaden mogelijk minder frequent voorkomen in de privésector dan in de overheidssector is bijvoorbeeld geen afdoende verantwoording voor het verschil in behandeling.
 
En dus wordt de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 aangepast door de verzamelwet van 21 december 2013. Met de uitbreiding van het begrip arbeidsongeval binnen de regeling voor de privésector anticipeert de wetgever overigens op een mogelijke vernietiging door het Grondwettelijk Hof.
In werking
Deze aanpassing treedt in werking op 6 februari 2014. Dat is 10 dagen na publicatie in het Staatsblad.
Bron:Wet van 21 december 2013 houdende dringende diverse bepalingen inzake sociale wetgeving, BS 27 januari 2014 (art. 6 en 19 WDB)