Eén dag voortgezette beroepsopleiding per werknemer per jaar

13.10.2014

Vanaf 1 januari 2015 moeten sectorale cao’s over vormingsinspanningen voorzien in minimaal het equivalent van één dag voortgezette beroepsopleiding per werknemer per jaar.

Bijkomende verplichting
De relancewet van 15 mei 2014 heeft de bijkomende verplichting rond vorming en opleiding ingevoerd. De wetgever beklemtoont dat de nieuwe verplichting een minimum is. Men kan niet afwijken van de wettelijke bepaling! Dat impliceert dat elke werknemer recht zal hebben op vorming.

 

Op sectorniveau moeten nu al jaarlijks cao’s afgesloten worden waarin de opleidingsinspanningen met 0,10 procentpunten van de loonmassa toenemen, of de participatiegraad met 5 procentpunten stijgt. Sancties zijn mogelijk als voor alle sectoren samen minder dan 1,90 procent van de loonmassa in opleiding wordt geïnvesteerd. Die regeling blijft bestaan, maar in 2015 komt daar dus nog een verplichting bij.
Generatiepactwet
De nieuwe verplichting werd ingeschreven in de generatiepactwet. En die bepaling wordt nu verder uitgewerkt in een KB van 4 september 2014.

Vandaar dat het nieuwe KB nu het KB van 11 oktober 2007 aanvult dat een bijkomende werkgeversbijdrage ingevoerd heeft voor werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren. De aanvullende opleidingsbijdrage voor werkgevers uit slecht presterende sectoren zal voortaan besteed worden aan bijkomende projecten voor risicogroepen.

Het geld zal dus niet meer naar het stelsel voor het betaald educatief verlof vloeien. Dat blijkt uit het opschrift van het KB van 11 oktober 2007: de verwijzing naar de financiering van het betaald educatief verlof wordt geschrapt.

Bedoeling is dat het geld terugvloeit naar werkgevers die op het vlak van de tewerkstelling van risicogroepen goed presteren. Ook dat blijkt uit het nieuwe KB. In het KB van 11 oktober 2007 worden de verwijzingen naar het stelsel van het betaald educatief verlof geschrapt. Zo heeft men het bijvoorbeeld niet langer over werknemers voor wie de werkgever de gewone bijdrage voor betaald educatief verlof verschuldigd is. In de plaats komt een verwijzing naar de arbeidsovereenkomstenwet en de algemene beginselenwet.

De opbrengst van de bijdrage wordt doorgestort naar de RSZ. De nieuwe verplichting wordt opgenomen in dezelfde cao’s als de cao’s met verplichtingen over bijkomende opleidingsinspanningen. De directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD WASO maakt een lijst over aan de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) van sectoren die minimaal in het equivalent van één dag voortgezette beroepsopleiding hebben voorzien.

In werking
Het KB van 4 september 2014 treedt in werking op 1 januari 2015.
Bron:Koninklijk besluit van 4 september 2014 tot uitvoering van artikel 21 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 7 oktober 2014