Vanaf 2015 onmiddellijke inning van 450 euro voor verkeersovertredingen van vierde graad

27.10.2014

De onmiddellijke inning voor verkeersovertredingen van vierde graad stijgt vanaf 1 januari 2015 tot 450 euro. Dat is gevoelig meer dan de huidige sanctie van 330 euro. Bedoeling is om zware verkeersovertreders uit het buitenland strenger te bestraffen.

Personen met een vaste woonplaats of verblijfplaats in ons land kunnen immers geen onmiddellijke inning voor een overtreding van vierde graad. Deze dossiers worden door het parket afgehandeld met voorstel tot een minnelijke schikking of een dagvaarding voor de rechtbank. De wetgeving laat een onmiddellijke inning voor vierdegraadsovertredingen alleen toe voor buitenlandse bestuurders. Al is de procedure ook voor hen uitgesloten indien de totale som meer dan 825 euro bedraagt. Voor de berekening van deze som worden overtredingen m.b.t. alcohol niet in aanmerking genomen.

De boete geldt voor alle overtredingen van vierde graad zoals bedoeld in het KB overtredingen per graad van 30 september 2005 :

het negeren van volgende bevelen van een bevoegd persoon:
-
de arm of de armen horizontaal uitgestrekt, wat stoppen betekent voor de weggebruikers die naderen uit richtingen welke deze aangewezen door de arm of armen, dwarsen;
-
het overdwars zwaaien met een rood licht, wat stoppen betekent voor de bestuurders naar wie het licht gekeerd is;
een bestuurder aansporen of uitdagen om overdreven snel te rijden;
een gespan of van een voertuig met meer dan 2 wielen links inhalen bij het naderen van de top van een helling en in bochten, wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is, behalve indien kan worden ingehaald zonder de doorlopende witte streep te overschrijden die het voor de tegenliggers bestemde deel van de rijbaan aflijnt;
zich begeven op een overweg wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn, wanneer de rode knipperlichten branden of wanneer het geluidssein werkt;
op een autosnelweg of autoweg de dwarsverbindingen gebruiken, keren, achteruit rijden of rijden in de tegenovergestelde rijrichting;
een voertuig laten stilstaan of parkeren op een overweg;
een snelheids- of sportwedstrijd houden op een openbare weg zonder daarvoor de speciale toelating gekregen te hebben van de wettelijk gemachtigde overheid.

 

Bron:Koninklijk besluit van 25 september 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer voor wat betreft de overtredingen van de vierde graad, BS 16 oktober 2014.