Ouderschapsverlof: Op welke punten wordt CAO nr. 64 aangepast?

09.03.2015

De Nationale Arbeidsraad (NAR) heeft op 24 februari de CAO nr. 64bis afgesloten. Die stemt de CAO nr. 64 over de instelling van het recht op ouderschapsverlof af op de herziene Europese raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof.

Uitgebreid tot 4 maanden
De herziene Europese raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof werd uitgevoerd in richtlijn nr. 2010/18, die gedeeltelijk werd omgezet door een KB van 31 mei 2012. Dat KB heeft de duur van het ouderschapsverlof uitgebreid van 3 tot 4 maanden, bij volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Die uitbreiding is de belangrijkste aanpassing van de CAO nr. 64, maar er is meer.

Het ouderschapsverlof op basis van de CAO nr. 64 wordt voortaan in beginsel dus opgenomen via een volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst gedurende 4 maanden.

Maar de partijen hebben de mogelijkheid om anders overeen te komen. De werkgever en de werknemer kunnen bepalen dat het recht op ouderschapsverlof wordt uitgeoefend in gedeelten, of met een vermindering van arbeidsprestaties. Bijvoorbeeld een halvering van de arbeidsprestaties gedurende 6 maanden. In de commentaar bij de cao wordt uitdrukkelijk vermeld dat andere regelingen mogelijk zijn.

Daar verschilt de CAO nr. 64 van de parallelle regeling die werd ingevoerd door het KB van 29 oktober 1997. Net zoals de CAO nr. 64 voorziet dat KB in een recht op ouderschapsverlof. Maar dan met een onderbrekingsuitkering voor werknemers met ouderschapsverlof – ingebed in het stelsel van de loopbaanonderbreking.

De regeling op basis van het KB laat bovendien enkel een vermindering van de arbeidsprestaties toe met 1/2 (8 maanden) of 1/5 (20 maanden). En dat kan enkel voor voltijdse werknemers, terwijl deeltijdse werknemers binnen de CAO nr. 64 wel de kans krijgen om ouderschapsverlof op te nemen onder de vorm van een vermindering van de arbeidsprestaties.

Het KB en de cao zijn dus niet volledig complementair en de systemen kunnen niet worden gecumuleerd!

Nog andere aanpassingen
Ook de leeftijdsvoorwaarde in de CAO nr. 64 wordt aangepast. De maximumleeftijd van het kind waarvoor ouderschapsverlof wordt opgenomen stijgt van 4 naar 8 jaar. Dus: uiterlijk tot het kind 8 jaar wordt. Bij de geboorte of bij de adoptie van een kind wordt het recht op ouderschapsverlof toegekend. In het KB ligt die leeftijdsgrens op 12 jaar.

Aan de leeftijdsvoorwaarde moet voldaan zijn ‘uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof’. Dat staat zo in de CAO nr. 64 én in het KB van 29 oktober 1997.

Dit betekent dat het kind de leeftijdsgrens niet mag hebben bereikt wanneer het ouderschapsverlof aanvangt. Er is wel een overschrijding mogelijk wanneer het verlof op verzoek van de werkgever wordt uitgesteld en de werknemer de schriftelijke kennisgeving heeft gedaan.

Tot slot geeft de regeling op basis van het KB werknemers de kans om een aangepaste arbeidsregeling of een aangepast werkrooster te vragen voor de periode na hun ouderschapsverlof. En dat recht wordt nu ook ingeschreven in de CAO nr. 64.

Die periode bedraagt maximaal 6 maanden. De werknemer bezorgt daartoe op zijn laatst 3 weken voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof een schriftelijke aanvraag aan de werkgever. In de aanvraag geeft de werknemer de redenen aan die verband houden met een betere combinatie van beroeps- en gezinsleven.

De werkgever beoordeelt de aanvraag en geeft er schriftelijk gevolg aan op zijn laatst een week voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof, rekening houdend met zijn eigen behoeften en de behoeften van de werknemer. De werkgever deelt in dat geschrift mee op welke manier hij bij de beoordeling van de aanvraag rekening heeft gehouden met zijn eigen behoeften en de behoeften van de werknemer.

CAO nr. 64 blijft belangrijk
Er wordt aangenomen dat de werknemer over een keuzerecht beschikt: het recht op ouderschapsverlof uitoefenen via de CAO nr. 64 of via het KB van 29 oktober 1997. Het belangrijkste verschil blijft wellicht dat de werknemer in de regeling van de cao geen recht heeft op een vergoeding of een uitkering.

Toch blijft de cao belangrijk. Bijvoorbeeld voor werknemers die deeltijds werken en die hun recht op ouderschapsverlof willen uitoefenen zonder hun arbeidsprestaties volledig te schorsen. Of voor werknemers die hun arbeidsprestaties willen verminderen anders dan met 1/2 of 1/5.

De CAO nr. 64 bepaalt dat de werknemer het recht heeft om terug te keren naar zijn oude functie na afloop van het ouderschapsverlof. Of — indien dit niet mogelijk is — naar een gelijkwaardige of vergelijkbare functie die in overeenstemming is met zijn arbeidsovereenkomst. Zo’n recht op terugkeer komt niet aan bod in het KB van 29 oktober 1997.

In werking
De nieuwe CAO nr. 64bis is in werking getreden op 24 februari 2015.
Bron:Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64bis van 24 februari 2015 tot aanpassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 64 van 29 april 1997 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof