Zelfstandigenpensioen: laatste kwartalen van jaar waarin pensioen ingaat, tellen mee

23.02.2015

Het rustpensioen voor zelfstandigen wordt bepaald op basis van de loopbaan, de bedrijfsinkomsten en de gezinstoestand. Voor loopbaanjaren vóór 1984 wordt het pensioen berekend op een forfaitair bedrijfsjaarinkomen. Voor loopbaanjaren na 1983 hanteert men de werkelijke, geherwaardeerde bedrijfsinkomsten. Er geldt een plafond.

Voor de gelijkgestelde periodes gelden fictieve inkomsten. Het jaarlijks bedrag van die fictieve inkomsten hangt af van de aard van de gelijkstelling. Bij de ‘voortgezette verzekering’ is het fictief inkomen bijvoorbeeld gelijk aan het bedrijfsinkomen - eventueel beperkt tot het tussenplafond - op grond waarvan de tijdens de periodes van voortgezette verzekering verschuldigde bijdragen werden betaald.

Bij die berekening houdt men voortaan ook rekening met de kwartalen die gedekt zijn door de voortgezette verzekering en die gelegen zijn in het jaar waarin het pensioen ingaat. De laatste kwartalen van het jaar waarin het pensioen ingaat, worden meegeteld bij de berekening van het pensioen.

Het fictief inkomen is gelijk aan de bedrijfsinkomsten, eventueel beperkt, op basis waarvan de bijdragen voor de kwartalen van het voorafgaande jaar werden betaald. Indien de voortgezette verzekering aanvangt in het jaar waarin het pensioen ingaat, is het fictief inkomen gelijk aan de bedrijfsinkomsten die in aanmerking genomen werden met het oog op de inning, voor de kwartalen van het voorafgaande jaar, van de verschuldigde bijdragen.

Dezelfde redenering geldt bij gelijkgestelde ziekte- en invaliditeitsperiodes. Voor de gelijkgestelde periode die aanvangt in het jaar waarin het pensioen ingaat, hanteert men een fictief inkomen dat gelijk is aan het jaarlijks gemiddelde van de inkomsten van de 4 jaren die voorafgaan aan 1 januari van het jaar waarin het pensioen ingaat.

Afwijkingen zijn mogelijk. Bijvoorbeeld wanneer in de periode die voor de berekening van het gemiddelde in aanmerking zou moeten worden genomen, één of meerdere jaren geen enkel kwartaal omvatten waarvoor een inkomen in aanmerking kan worden genomen.

Het wijzigings-KB van 5 februari 2015 bepaalt dat de bijdragen waarvan de zelfstandige werd vrijgesteld door de Commissie voor vrijstelling van bijdragen, geacht worden betaald te zijn. En voor de jaren die voorafgaan aan het jaar waarin de gelijkgestelde periode ingaat, worden de inkomsten vermenigvuldigd met een coëfficiënt.

Tot slot. De ‘voortgezette verzekering’ geeft zelfstandigen die minstens 1 jaar de hoedanigheid van zelfstandige hebben maar hun bezigheid stopzetten, de kans om verzekerd te blijven door vrijwillige bijdragebetaling. Op die manier behouden ze 2 jaar hun rechten. Met een mogelijke verlenging tot maximaal 7 jaar als de betrokkene daardoor de pensioenleeftijd bereikt. Deze verzekering vangt het ontbreken van een werkloosheidsreglementering deels op.

Het wijzigings-KB treedt retroactief in werking op 1 januari 2015. De aanpassingen zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2015.

Bron:Koninklijk besluit van 5 februari 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, BS 20 februari 2015