Openbaar Ministerie kan daders belaging vervolgen zonder klacht

11.04.2016

Belaging vormt niet langer een klachtmisdrijf. Dat betekent dat het Openbaar Ministerie daders voortaan kan vervolgen zonder dat er een klacht werd ingediend door het slachtoffer (of wanneer het om kwetsbare personen gaat door een instelling van openbaar nut of vereniging die zich inzetten voor de bescherming van slachtoffers van sektarische praktijken of de preventie van geweld of mishandeling t.a.v. kwetsbare personen).

Momenteel ontlopen heel wat daders hun straf omdat slachtoffers formeel een klacht moeten indienen vooraleer het parket kan optreden. Maar het indienen van een klacht is vaak erg moeilijk omwille van schaamte of omdat slachtoffers zich geïntimideerd voelen. Bovendien kan het Openbaar Ministerie geen strafvervolging instellen wanneer het slachtoffer overlijdt voordat het een klacht kon indienen.

Om deze problemen te verhelpen, werden 2 jaar geleden werden een aantal wetsvoorstellen ingediend om ‘pesten’ als apart misdrijf in te schrijven in het Strafwetboek volgens de principes die gelden voor ‘pesten op het werk’. Tijdens de parlementaire besprekingen bleek dit echter niet opportuun. Diverse experts waren van mening dat de issues konden worden aangepakt door de bepalingen over belaging aan te passen (artikel 442bis van het Strafwetboek). Dat artikel vormt immers de algemene basis om pesterijen buiten de beroepssfeer (school, relatie, buren, enz.) te bestraffen: eenieder ‘die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren’ is strafbaar. Daarnaast zijn er in onze wetgeving nog een aantal specifieke strafbaarstellingen, bijvoorbeeld het plegen van overlast via een elektronisch communicatiemiddel (art. 145 §3bis van de wet van 13 juni 2005).

Een nieuwe strafbaarstelling bleek dus niet nodig en zou zelfs voor verwarring of moeilijkheden kunnen zorgen. Maar er was wel eensgezindheid over het feit dat de vereiste van een klacht achterhaald was. De wetgever had belaging destijds gecatalogeerd als klachtmisdrijf omdat hij er van uit ging dat wanneer het slachtoffer het gedrag van de belager niet ervaart als een ernstige verstoring van zijn rust, strafvervolging niet nodig is. Die stelling komt niet meer overeen met de maatschappelijke realiteit en wordt ook ontkracht door de rechtspraak. Zo stelde het Hof van Cassatie in een arrest van 20 februari 2013 dat ‘de strafrechter de ernst van de verstoring van de rust moet afwegen en dat daarbij rekening moet worden gehouden met de gevolgen die, volgens een gangbare mening, dergelijk onverantwoord, irritant en herhaald gedrag kan hebben op de bevolking of het betrokken milieu’. Door de vereiste van een klacht is vervolging momenteel niet mogelijk, ondanks het feit dat men in geval van zelfdoding van het slachtoffer of intimidatie bezwaarlijk volhouden dat het slachtoffer zich niet ernstig aangetast voelt in zijn rust.

Op basis van die elementen wordt de vereiste van een klacht daarom geschrapt uit artikel 442bis Sw. De strafmaat blijft behouden. Daders van belaging riskeren dus nog steeds een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en/of een geldboete van 50 tot 300 euro. Die straffen worden verdubbeld indien de feiten worden gepleegd tegen personen die zich in een kwetsbare toestand bevinden omwille van hun leeftijd, zwangerschap, een ziekte, lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid.

De wet van 25 maart 2016 bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 15 april 2016.

 

Bron:Wet van 25 maart 2016 tot wijziging van artikel 442bis van het Strafwetboek, BS 5 april 2016.