Controle op Wetboek van Economisch Recht: do’s en dont’s bij monsterneming

18.04.2016

Inspecteurs van de FOD Economie mogen al jaar en dag ‘monsters’ nemen van producten, goederen en diensten die in de handel worden gebracht om zo wetgevende inbreuken op te sporen. Door de komst van het Wetboek van Economisch Recht krijgt de procedure nu een update.

De basisprincipes in uitvoering van de vroegere Wet op de handelspraktijken van 14 juli 1971 en de Wet op de veiligheid van producten en diensten van 9 februari 1994 blijven overeind, maar de meeste bepalingen krijgen een moderne toets. Zo wordt bijvoorbeeld niet meer gesproken over ‘een etiket’ om monsters te identificeren, maar over ‘een unieke identificatie’ wat meer ruimte geeft. Ook aan de werklast van de inspecteurs is gedacht. Het proces-verbaal dat ze bij de monstername moeten opstellen, is een pak korter geworden. 
Maximum 3 monsters
De inspecteurs mogen maximum 3 monsters nemen per monstername. Ieder genomen monster mag zoveel stuks bevatten die nodig zijn om het onderzoek ervan correct te kunnen uitvoeren. De procedure is daarmee heel wat soepeler dan vroeger toen de inspecteurs minstens 3 maar maximum 50 monsters mochten nemen per product.
Gratis
De monstername is al langer gratis en dat blijft ook zo. De monsters moeten kostenloos ter beschikking worden gesteld van de bevoegde ambtenaren en dat zo lang dat nodig is om het onderzoek uit te voeren.
Proces-verbaal
Bij het nemen van een monster wordt onmiddellijk ter plaatse een proces-verbaal opgesteld. Daarin melden de inspecteurs
hun naam, voornaam en hoedanigheid net als het adres van de administratie waartoe ze behoren;
de datum waarop en het adres waar de monsters genomen worden. Gaat het om een monstername tijdens vervoer dan wordt het vervoermiddel geïdentificeerd;
de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de persoon bij wie de monsters worden genomen;
het aantal en de beschrijving van de monsters en het aantal stuks dat ieder monster bevat;
de unieke identificatie van de monsters en de manier van verzegeling.

Het is dus niet langer nodig om de prijs te vermelden waaraan het product bij levering is gefactureerd of de kostprijs van de fabrikant.

Het pv moet wel nog ondertekend worden zowel door de betrokken inspecteur als de persoon bij wie het monster is genomen of zijn vertegenwoordiger. Wanneer deze laatste weigert om te tekenen, dan wordt daarvan melding gemaakt in het pv.

Net als vroeger krijgt de persoon bij wie het monster is genomen, een afschrift van het pv. Als dat niet de eigenaar van het monster is, dan wordt ook een afschrift gestuurd naar de eigenaar.

Teruggave monsters
De monsters worden na onderzoek - indien mogelijk – teruggegeven aan de persoon bij wie de monstername gebeurde of aan de eigenaar, behalve wanneer uit de ontleding is gebleken dat er een aanwijzing van overtreding is.

De betrokkene kan geen schadevergoeding eisen voor schade aan monsters ten gevolge van de analyse.

Ter beschikking van gerecht
Wanneer de zaak wordt overgezonden aan de procureur des Konings, worden de monsters ter beschikking gehouden van het gerecht.
22 april 2016
Het KB van 25 maart 2016 bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 22 april 2016.

Op dat moment worden volgende akten opgeheven:

het KB van 13 augustus 1979 betreffende het nemen van monsters tot opsporing en vaststelling van overtredingen van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken; en
het KB van 2 oktober 1995 betreffende het nemen van monsters tot opsporing en vaststelling van overtredingen van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.
Bron:Koninklijk besluit van 25 maart 2016 betreffende het nemen van monsters, zoals voorzien in artikel XV.3, 7° van het Wetboek van economisch recht, BS 12 april 2016.